Jan Fokkema

Jan Fokkema, Directeur NEPROM, vereniging van projectontwikkelaars

“De aandacht voor circulariteit is minstens zo oud als de club van Rome”

Scheiding tussen wonen en werk loslaten

Circulaire gebiedsontwikkeling begint wat mij betreft met het loslaten van de strenge scheiding tussen wonen en werken, het ideaal uit het ouderwetse modernisme. Daar waar bedrijvigheid weinig overlast veroorzaakt, moeten we dat zoveel mogelijk mengen met wonen en voorzieningen. Dat helpt om levendigere steden te verkrijgen, om onze gebouwde omgeving efficiënter te gebruiken en – in bescheiden mate - om het aantal noodzakelijke verplaatsingen terug te dringen. Natuurlijk leent lang niet alle bedrijvigheid zich voor mengen, maar voor woonwerklocaties in de stad of aan de rand daarvan moet dat wel zoveel mogelijk het uitgangspunt worden.

Openbaar vervoer en fietsroutes

Essentieel voor circulaire woonwerklocaties is dat ze ontsloten worden met goed openbaar vervoer en met hoogwaardige fietsroutes. Want hoe nieuwe vormen van mobiliteit zich ook gaan ontwikkelen (autonoom, gedeeld, elektrisch, etc.) en hoe duurzaam onze energie straks wellicht wordt opgewekt, collectief vervoer blijft ook in de toekomst noodzakelijk. Alleen al vanwege het ruimtebeslag van individuele vormen van vervoer, afgezien van de fiets natuurlijk.

Vormgeving en uitstraling

Een derde punt van aandacht vind ik de vormgeving en de uitstraling van woonwerklocaties. Circulariteit staat of valt met ‘volhoudbaarheid’. We moeten plekken maken waar bewoners en werknemers het prettig vinden om te verblijven, die ze als aangenaam ervaren. Door zorgvuldige architectuur, een aantrekkelijk ingerichte openbare ruimte en door het gebruik van mooie materialen. Mensen moeten zich thuis kunnen voelen in een circulaire woonwerklocatie, ze moeten zich aan hun omgeving kunnen hechten en daar ook emotioneel in willen investeren.

Verbinden van natuur en woonwerkverkeer

Natuurlijk zijn groen en natuur onlosmakelijk verbonden met circulaire woonwerklocaties. Ik wil in dit verband een pleidooi houden voor het verbinden van het groen en de natuur in de woonwerkgebieden met de open ruimte buiten onze steden. We moeten af van de te strenge scheiding tussen stad en platteland. Veel open ruimten buiten onze steden, met name daar waar intensieve landbouw wordt uitgeoefend, kennen nauwelijks nog waardevolle natuur en biodiversiteit. Terwijl de biotopen in de steden steeds vaker een enorme soortenrijkdom kennen. Zowel voor onze beleving als voor de biodiversiteit valt daar serieus veel winst te boeken als we investeren in groene verbindingen. Wat is er nou mooier dan wanneer je je door groene corridors kunt verplaatsen naar je bestemming?

Kortom, handen uit de mouwen. We hebben een wereld te winnen.