De belangrijkste motor hierachter is de opkomst van internet en daarvan afgeleide netwerkeconomie en technologische ontwikkeling in bijvoorbeeld de industrie en logistiek. In een tijd dat werknemers overal mobiel kunnen werken is de zakelijke functionaliteit van een standaard gemengd bedrijventerrein geen onderscheidende kwaliteit meer.

Voor een hogere economische output moet de werklocatie van de toekomst in eerste instantie:

  • Een open omgeving zijn waar interacties tot stand komen en (hoog) kennisintensieve bedrijven in staat zijn zich sneller te ontwikkelen, met meer economische toegevoegde output als resultaat. Voorzieningen kunnen zijn campus omgeving met shared R&D facilities maar ook een omgeving die verleidt door ontmoetingsplekken die concurreert met thuis en café.
  • Een geïsoleerde omgeving zijn waar plaats is voor bedrijfsactiviteiten met kapitaalintensieve bedrijven, Activiteiten rest die zich vanwege ruimtegebruik, intensiteit of overlast  zoals verwaarden van reststoffen, logistiek en degelijke, slecht verhouden tot ander functies.

Het Rijk heeft sinds het afschaffen van een nationale ruimtelijke agenda géén visie meer op ons werklandschap, de provincies die de taak hebben vraag en aanbod op regionaal aanbod af te stemmen, voeren géén eenduidig beleid volgens de Raad voor de financiële verhoudingen onvoldoende op (zie advies ‘Grond, geld en gemeenten, juli 2015).  Gemeenten leveren een product af dat niet correspondeert met de vraag uit de markt. Bedrijven die niet op eigen kracht naar een betere omgeving verhuizen, dreigen hierdoor in hun ontwikkeling belemmerd te worden. Dat zet een rem op de economie van Nederland.

De netwerkeconomie vraagt op een nieuwe visie op de ruimtelijk-economische inrichting van ons werklandschap met het versnellen van ons economisch herstel als primaire doel. Onze werklandschap is cruciaal voor de economie met meer dan 1/3 van al onze werkgelegenheid die daar is gelokaliseerd. Dit zijn dé plekken, waar kennis, kunde en kapitaal samensmelten tot nieuwe economisch toegevoegde waarde. Kortom tijd om de krachten te bundelen: een kennisalliantie van alle betrokken partijen is meer dan hard nodig om bedrijventerreinen weer dienstbaar te maken aan de economische groei van Nederland!