“De belofte van Smart Cities is dat we echt kritieke problemen kunnen oplossen. Denk aan mobiliteit, gezondheid en milieu. Maar dan moeten we voorkomen dat iedereen

op zijn eigen manier te werk gaat. Er is meer bestuurlijke samenwerking nodig. Een zelfsturende auto raakt niet alleen het ministerie van Infrastructuur en Milieu, maar ook Binnenlandse Zaken en Sociale Zaken. Vraagstukken zijn dwarsdoorsnijdend. De bestaande verkokering van het bestuur staat een integrale benadering van maatschappelijke problemen in de weg. In dat opzicht is het positief dat gemeenten in de lead zijn met Smart Cities. Ze worden niet al te veel gehinderd door het Haagse beleid op dit gebied. Het risico is wel dat er straks 390 verschillende Smart Cities in Nederland zijn, dus iets van regie lijkt onontbeerlijk.

Het verbaast me dat de overheid de innovatiekracht van het bedrijfsleven niet meer benut, want daar zit veel expertise en intelligentie om oplossingen te bieden. De manier waarop de overheid innoveert en aanbesteedt, is sterk gericht op verbetering van bestaande, vaak ouderwetse, manieren van werken. De overheid moet het bestaande durven loslaten en kijken naar nieuwe modellen die bruikbaar en nodig zijn. Het risico is anders dat de overheid steeds meer op de maatschappelijke werkelijkheid achter gaat lopen. Zie de problemen bij de Belastingdienst of de Politie.

Verder is belangrijk dat we nadenken over de impact van Smart Cities. Nu is de aandacht vooral gericht op het doen van allerlei leuke projectjes en pilots. Maar wat betekent een Smart City straks voor de manier waarop steden worden bestuurd? Bepalen straks algoritmes hoe we parkeren of waar onze kinderen naar school gaan? Wat betekent dit voor het bestuur van de stad, maar ook voor de burgers en bedrijven? We moeten niet bang zijn voor dit soort vernieuwing en meer discussie voeren over de richting die we als samenleving op willen gaan.”