ERIKS is een internationale, industrieel dienstverlener en levert een enorm scala aan producten. Zowel standaardoplossingen als maatwerk. Een van de belangrijke projecten binnen de digitale transitie is een centraal datawarehouse project, waarmee het mogelijk moet worden om data om te zetten naar stuurinformatie, met een prominente rol voor voorspellende modellen. “We willen meer doen met dezelfde mensen”, vat Romviel samen. “Daarvoor is het nodig om data en processen te harmoniseren. Je wilt naar dezelfde dataset kijken, zodat je ziet waar er afwijkingen zitten en je bij kunt sturen. En, nog mooier, zodat je ziet waar nieuwe kansen liggen.” Een van die kansen is volgens hem ‘smart manufacturing’, waarbij zo min mogelijk menselijk handelen nodig is. “Dat kan zelfs betekenen dat we productie naar landen kunnen brengen waar de kosten voorheen te hoog lagen.”

De basis voor de transitie ligt besloten in ‘happy template’, de blauwdruk voor alle systemen en processen. Voor de uitvoer ervan is het volgens Romviel vooral van belang om zaken klein te maken en processen op te delen. Er wordt pilotmatig gewerkt en stap voor stap worden alle bedrijfsentiteiten op het masterplan aangesloten. Daarvoor is specialistische kennis nodig, voegt hij toe. Dus zijn interne mensen gekoppeld aan externe specialisten. “Dat heeft voor een hoge doorloopsnelheid gezorgd, en een second opinion.”

Cruciaal voor het succes is de ontwikkeling van een enterprise database op regionaal én globaal niveau, meent Romviel. En dat daarbinnen wordt gewerkt met best practices. Bijvoorbeeld voor forecasting, wat inzicht geeft in capaciteitbepaling, inkopen en voorraden. Wat weer belangrijk is voor de leverbetrouwbaarheid. “We hebben nu een voorraadbeheersysteem dat we voortdurend voeden met informatie uit de gehele organisatie, zodat we niet alleen intern precies weten hoe we ervoor staan, maar we ook klanten te allen tijde de juiste en tijdig informatie vertrekken.”

De nieuwe manier van werken heeft grote invloed op het businessmodel van ERIKS. Waar het bedrijf eerder geografisch georganiseerd was, wordt er met behulp van de geüniformeerde data nu meer over de landsgrenzen heen gekeken. Romviel: “Het wordt mogelijk om onze activiteiten op wereldwijd niveau te vergelijken, waardoor we bijvoorbeeld inzicht krijgen of we een merkpositie ergens kunnen uitbreiden of juist beter beperken.” Doordat ERIKS door de tijd heen vooral is gegroeid door acquisities is dit een must geworden. Werkzaamheden kunnen elkaar gaan overlappen, doordat er zoveel gebeurt. Bovendien zijn er steeds meer internationale accounts, waardoor regie op een hoger niveau nodig is, meent Romviel.

Dit alles verandert de verhouding tussen IT en de business. “IT is altijd ondersteunend geweest aan de businessbehoefte, maar met de transformatie naar digitaal heeft IT meer een leiderschapsrol gekregen, met de business als sponsor.” Een van de grote uitdagingen binnen het project is dan ook het verandermanagement. Werknemers krijgen meer taken gericht op data-analyse en moeten meer onder de motorkap kijken, om gekke relaties te zien. “Dat vraagt om andere vaardigheden dan tot op heden. Dat kan scepsis opleveren”, stelt Romviel. “Met goed leiderschap kun je dit in goede banen leiden.”

De samenwerking met externe partners heeft ertoe geleid dat de enterprise architectuur nagenoeg volledig staat. Romviel toont zich dan ook erg positief. “We kunnen nu al sneller met de markt mee veranderen en kennis leveren. Dat geeft ruimte om nieuwe business te ontwikkelen.”