Frank Pauli
CEO van CycloMedia

De Nederlandse overheid heeft verschillende taken in de buitenwereld, die onder meer worden ondersteund door fotografie en verwerkt tot geo-informatie. Informatie over de buitenruimte kan echter nog veel actueler en preciezer worden gemaakt met de juiste technologie, vertelt Frank Pauli. Hij is CEO van CycloMedia, dat de omgeving in kaart brengt met straat- en luchtfoto’s. “De technologie ontwikkelt zich continu en dat zorgt ervoor dat foto’s bijvoorbeeld scherper worden. Door de buitenruimte nauwkeuriger digitaal vast te leggen is de overheid in staat beter haar werk te doen en een hoger niveau van efficiëntie en kwaliteit te behalen. In de praktijk valt te denken aan de organisatie van veiligheid en een betere inschatting van potentieel gevaarlijke situaties dankzij geo-informatie.”

Geo-informatie en software

Zoals bij de aanpak van wateroverlast in een veranderend klimaat. Geo-informatie kan hierbij worden ingezet in combinatie met software. “In plaats van door trial and error uit te vinden waar het probleem zit, is ook via 3D-modellen met geo-informatie te onderzoeken waarom op bepaalde locaties het water niet doorstroomt en waar de afwatering kan verbeteren. Nederland is inmiddels al heel ver met dergelijke technologieën en zet ze vaak als een van de eersten in de markt. Het Nederlandse kadaster wordt als één van de meest vooruitstrevende gezien.”

Digitalisering van de BAG

Een voorbeeld van de kansen van technologie is de digitalisering van de BAG, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen. Gemeenten zijn verplicht alle adressen en gebouwen vast te leggen in die registraties en deze actueel te houden. Sinds bepaalde bebouwing, zoals een aanbouw in de vorm van een carport, tot op zekere hoogte vergunningsvrij is wordt die vastlegging een stuk minder eenvoudig. Het moment waarop volgens Pauli technologie om de hoek moet komen kijken. “Tot nu toe vergelijken veel gemeenten manueel foto’s om te zien wat er is bijgebouwd. Maar er bestaat inmiddels ook techniek om de computer die vergelijking te laten opknappen. Geautomatiseerde digitale technologie levert analyses. Het gebruik van foto’s gebeurt al op grote schaal maar de stap naar automatisering wordt nog verder ontwikkeld. Een aantal gemeenten heeft de technologie al getest.”

Kansen

Het is een uitdaging om beschikbare technologie te integreren in de aanwezige IT-systemen en ook de financiële kant weegt mee, vervolgt de CEO. “De investeringen zijn groot. Vanuit de overheid is privacy een aandachtspunt, want: tot waar heeft de overheid het recht? Terwijl de techniek zich steeds verder ontwikkelt, dient de overheid de kaders te stellen waarbinnen de toepassingen die de voortschrijdende technologische ontwikkelingen voorbrengt, ten volste benut kunnen worden. Ook voor de nieuwe Omgevingswet van de overheid –en voor de burger die moet weten wat er in zijn omgeving gebeurt- is digitale geo-informatie zeer belangrijk. Bovendien levert die kansen op voor het bedrijfsleven.”


Mary-Ann Schreurs
Wethouder Gemeente Eindhoven

‘Geo-informatie is het fundament’

Geo-informatie is een instrument waarmee je een stad kunt veranderen, vindt de Eindhovense wethouder Mary-Ann Schreurs.

“Als weergave van al het fysieke van een stad vormt het een fundament waarop je kunt bouwen. En iedereen kan het gebruiken. Het interessante is dat er nu ook factoren in kaart worden gebracht waarover we voorheen minder wisten, of die we niet goed konden zien. Een voorbeeld is het in beeld brengen van leidingnetwerken, een toegevoegde waarde als er ergens moet worden gebouwd. Daarnaast valt te denken aan vervuiling in de ondergrond die in beeld wordt gebracht. Nog niet eerder was die informatie zo gedetailleerd”, zegt Mary-Ann Schreurs, wethouder in de gemeente Eindhoven.

Ook de lichtstad ontkwam in de loop der tijd niet aan digitalisering van de overheid. Volgens Schreurs een absolute must, met een verhoging van de kwaliteit van de ontsluiting naar informatie als gevolg. De systemen waren lange tijd niet genoeg compatibel. “Dankzij digitalisering worden systemen en data met elkaar verbonden, en zijn verbindingen zichtbaar. Denk bijvoorbeeld aan de opkomst van Big Data.”

Voorbeelden uit de praktijk

De informatie over al het fysieke, zoals Schreurs het omschrijft, komt bijvoorbeeld van pas bij de bouw en transformatie van gebouwen. Dankzij geo-informatie zijn ze virtueel in te passen en is te zien hoe de situatie zal zijn na de realisatie. “In een stad is het daarnaast bijvoorbeeld belangrijk hoe groen met elkaar is verbonden. De Eindhovense binnenstad is nogal versteend en wateroverlast als gevolg van klimaatveranderingen moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Met geo-informatie kunnen we de beste locatie voor groen voorspellen, en hoe we kunnen zorgen voor een goede afwatering. Vervolgens zijn er (kleine) interventies te plegen. Dat we hiermee een instrument in handen hebben waarmee we veranderingen kunnen aanbrengen in de stad, zorgt eveneens voor meer participatie. In Eindhoven zijn ook veel historische gegevens toegevoegd die kunnen helpen bij onderzoek naar de ontwikkeling van de stad.”

Efficiëntie via de app

En Schreurs denkt in de toekomst ook gebruik te kunnen gaan maken van gegevens die social media opleveren. “Zo is het interessant om te weten op welke locaties in een stad mensen zich vooral bewegen, zodat beheer en onderhoud en regelgeving daarop zijn aan te passen. Inmiddels bestaat er al een speciale app; hiermee kunnen we bijvoorbeeld achterhalen of een kleine speelgelegenheid wel of niet wordt gebruikt. Dat is boeiende informatie met het oog op onderhoud. Maar het is natuurlijk ook mogelijk dat er alleen jongeren komen en we er via data achter komen dat er beter een jongerenhangplaats kan worden gerealiseerd.”

In de toekomst helpt geo-informatie over de eerder genoemde ondergrond ons alleen nog maar verder, denkt de wethouder. Ook benutting van het Internet of Things en Big Data, en een koppeling van gegevens en analyses, neemt volgens haar toe. “En dat is natuurlijk alleen mogelijk met een degelijk systeem dat doorontwikkeling kent en nieuwe toevoegingen toestaat.”


George Vosselman
Professor Faculteit Geo-Informatie Universiteit Twente
 

Voortschrijdende techniek met image matching

Het digitaliseren van geo-informatie is niet nieuw. De benodigde informatie hiervoor komt voornamelijk van luchtfoto’s die elk voorjaar eenmalig worden gemaakt. Aan de hand van de verschillen ten opzichte van het jaar ervoor worden de kaarten dan aangepast. Nu per 1 januari 2016 de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT)een feit wordt, is er meer en vooral snellere informatie nodig om gegevens actueel te houden. De BGT wordt dé gedetailleerde grootschalige digitale kaart van Nederland. Professor dr. ir. M. G. Vosselman van de Faculty of Geo-Information Science and Earth Observation – ITC, Universiteit Twente, vertelt dat het belangrijk is dat geo-informatie sneller en kwalitatief beter beschikbaar komt en wat er volgens hem moet gebeuren om dat te verwezenlijken.

“Hoe sneller geo-informatie beschikbaar is, hoe beter. Eens per jaar een nieuwe foto is te weinig, zelfs als andere mechanismen tussendoor ook voor mutaties zorgen. Gebruikers kunnen zelf ook wijzigingen doorgeven, maar ‘up to date’ is het nooit helemaal. “ Vosselman ziet geen oplossing in het uitvoeren van meer luchtvluchten. “Dat is duur en intensief, terwijl het voor kleinere wijzigingen gemakkelijker en goedkoper kan door de inzet van een Unmanned Aerial Vehicle (drone). Die zijn geschikt om heel lokaal luchtfoto’s te maken om de kaart bij te werken. Denk bijvoorbeeld aan een nieuwbouwwijk waar een drone dan foto’s van maakt. Nu mag men in Nederland wel hobbymatig een drone laten vliegen, maar anders is het verboden tenzij een ontheffing is verkregen van de Inspectie Leefomgeving en Transport. Een dergelijke ontheffing is echter moeilijk te verkrijgen, al lijkt daar voorzichtig verandering in te komen. Begin maart verscheen er een bericht dat het Kabinet de regelgeving wil verruimen om bedrijven en overheden meer economische en maatschappelijke kansen te bieden. Op de Universiteit Twente hebben we een drone. Hiermee kunnen we in Nederland niet vliegen voor onderzoeksdoeleinden, maar in Duitsland wel. Gelukkig zitten we vlakbij de grens, dus verplaatsen we de vluchten voor ons onderzoek daar naartoe. Ik verwacht echter wel dat elke gemeente binnen tien tot vijftien jaar enkele drones tot hun beschikking hebben voor het verzamelen van geo-informatie.”

Screening mutaties

Vosselman voorziet ook dat er in de toekomst automatisch meer veranderingen uit foto’s afgeleid kunnen worden. “Nu is het vergelijken nog veel mensenwerk, ook al is het wel mogelijk met image matching in luchtfoto’s automatisch de hoogte van het terrein en gebouwen te bepalen. Wanneer in nieuwe luchtfoto’s dan andere hoogten worden waargenomen, duidt dit op een verandering. De kunst wordt om automatisch vast te stellen welke mutaties belangrijk zijn en welke niet. Zo is een geparkeerde auto die later op een andere plaats staat wel een verandering, maar niet van belang voor het bijhouden van de BAG en BGT.”

De Universiteit Twente draaide de afgelopen jaren mee in een pilot met een consortium van zeventig partners. Hierin heeft zij gewerkt aan software voor het omzetten van 2 dimensionale geo-informatie naar 3 dimensionale geo-informatie. “Dat was een bijzonder succesvolle samenwerking tussen Overheid, Onderwijs en bedrijfsleven. Veel van onze onderzoeken vinden plaats door een dergelijke samenwerking.”