Burgers en bedrijven hebben baat bij één digitale overheid, vertelt Digicommissaris Bas Eenhoorn, die overheidsorganisaties hierbij op weg helpt. Volgens Eenhoorn is dit besef in alle geledingen van Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en uitvoeringsorganisaties doorgedrongen. ‘Dat moet zich nu vertalen in concrete afspraken.’

Een van de uitdagingen is dat burgers hun gegevens nog maar eenmalig hoeven te verstrekken voor meervoudig gebruik door overheidsdiensten. Eenhoorn: ‘Het is voor departementen lastig afstand te nemen van hun autonomie, maar hun opstelling verandert wel. De vraag van burgers en bedrijven staat steeds meer centraal. Een groot verschil met toen ik ruim twee jaar geleden begon aan deze taak.’

We hopen dat andere uitvoeringsorganisaties dit voorbeeld volgen.

De Digicommissaris complimenteert de Belastingdienst, die met vooraf ingevulde aangiftes voorop loopt in klantvriendelijkheid. Dat de dienst met slimme algoritmes ook fraude eerder op het spoor komt, kan hij als ‘eerlijke belastingbetaler’ alleen maar toejuichen.

Lof ook voor gemeenten die experimenteren met de digitale geboorteaangifte. Het gaat nu nog om een kleine kopgroep, maar volgens Eenhoorn zal het merendeel van de 388 gemeenten snel volgen. ‘Gemeenten werken heel goed samen bij het digitaliseren van hun dienstverlening en zijn bereid daarover bindende afspraken te maken. We hopen dat andere uitvoeringsorganisaties dit voorbeeld volgen.’

Stimuleren

De kabinetsdoelstelling om in 2017 alle contacten tussen overheid en burgers te digitaliseren, wordt gehaald. Wel verschilt de mate waarin producten en diensten gedigitaliseerd worden. Ook zijn sommige voorzieningen nog erg aanbodgericht. De huidige berichtenbox voor burgers is ingericht voor communicatie van de overheid naar de burger. Eenhoorn: ‘Het zou mooi zijn als deze interactief zou worden.’ Volgens hem hoeven overheden niet bang te zijn dat een dergelijk interactief kanaal meer werk genereert. ‘Slimme machines kunnen vragen straks automatisch beantwoorden door berichten te scannen op trefwoorden.’

Het stimuleren van het gebruik van dit soort generieke voorzieningen is een van de taken van de Digicommissaris. Hij valt als overheidsbrede regisseur niet onder de ambtelijke hiërarchie, maar legt rechtstreeks verantwoording af aan het kabinet. Via die lijn kan hij de verkokering van overheidsorganisaties helpen doorbreken.

De Digicommissaris stimuleert ook de toepassing van nieuwe technologieën en het delen van elkaars kennis. Zo ondersteunt hij experimenten met blockchain, waarmee organisaties transacties, contracten en andere afspraken kunnen valideren zonder tussenkomst van een notaris. Keerzijde is dat ook criminelen dit middel hebben ontdekt om transacties aan het zicht te onttrekken. ‘Daar moet de overheid dan weer een antwoord op vinden.’

Privacy

De vraag is of je als overheid alles moet willen wat mogelijk is. Denk aan de koppeling van databestanden en het gebruik van big data. Daarbij is de privacy van burgers in het geding. Privacy speelt ook een rol bij de ontwikkeling van een standaard voor digitale identificatie als alternatief voor DigiD.

Spannend of dit een toekomstbestendige oplossing is waaraan iedereen zich wil committeren.

Publieke en private partijen overleggen bijvoorbeeld over het geschikt maken van een bankpas voor toegang tot overheidsdiensten. ‘Spannend of dit een toekomstbestendige oplossing is waaraan iedereen zich wil committeren’, zegt Eenhoorn.

Het gebruik van een bankpas om zaken met de overheid te regelen roept soms nog wat aarzeling op vanwege de vereiste bescherming van persoonsgegevens. ‘Ik denk dat dit op te lossen is door elke burger de regie te laten voeren over zijn eigen gegevens, zodat hij zelf kan bepalen wie hier toegang toe heeft.’

Nooit af

Hoog op de agenda staat de cybersecurity vanwege de toename van nepnieuws en het hacken van overheidssystemen. Eenhoorn: ‘We zijn continu in beweging en het werk is nooit af. Overheidsbrede samenwerking bij digitalisering van de overheid blijft daarom nodig, al dan niet met een Digicommissaris als onafhankelijk regisseur.’