De wereld wordt steeds digitaler, en dat gaat in snel tempo. Dat biedt kansen en uitdagingen voor bijvoorbeeld de economie en de manier waarop de overheid werkt. “Digitalisering heeft veel invloed op de samenleving”, vertelt Knops. “Dat brengt veel aandachtspunten en gevoeligheden met zich mee, zoals de toegankelijkheid van informatie en de privacy van burgers. Dit vraagt om kaders en wetgeving. Daarom heeft de overheid NL DIGIbeter uitgebracht, de Agenda Digitale Overheid. Die gaat over het benutten van kansen en het borgen van rechten, in samenwerking met bedrijven en maatschappelijke organisaties.”

Elkaar versterken

Het bedrijfsleven is nauw betrokken bij de nationale strategie voor digitalisering. Knops heeft zelf, samen met zijn collega’s Mona Keijzer en Ferdinand Grapperhaus, met een aantal CEO’s aan tafel gezeten. “We hebben besproken hoe we elkaar kunnen versterken. De vraagstukken voor de overheid en voor bedrijven zijn immers dezelfde. Hoe kun je technologie gebruiken om economische groei te realiseren? Hoe borg je veiligheid? Bedrijven hebben daarover kennis die we kunnen gebruiken. Voor NL DIGIbeter hebben we veel contacten gelegd en dat zullen we de komende tijd blijven doen. Op gezette tijden gaan we met stakeholders in gesprek over verschillende onderwerpen.”

In de top

In Europa is Estland een land dat voorop loopt met digitalisering. Iedereen is daar bezig met digitalisering, weet Knops. “Daar kunnen we van leren. Ook Nederland doet het niet slecht. We staan in de top van lijstjes over bijvoorbeeld toegang tot internet of de digitalisering van publieke diensten. Maar het kan nog beter, en onze ambitie is om het ook beter te doen.”

Digitalisering vraagt om kaders en wetgeving

De Agenda Digitale Overheid bevat vijf pijlers: investeren in innovatie, beschermen van grondrechten en publieke waarden, toegankelijkheid en begrijpelijkheid voor íedereen, meer persoonlijke dienstverlening, en toekomstbestendigheid. Wat betreft de dienstverlening wil de overheid inspelen op de verschillende behoeften van burgers. Knops: “Dit doen we door de regie en keuzevrijheid van de burger te versterken. Zij moeten zelf kunnen bepalen welke dienstverlening zij willen van welke organisatie. Dit leidt tot maatwerk. We moeten ook rekening houden met mensen die moeite hebben om digitaal mee te komen, zoals ouderen en laaggeletterden. We blijven die mensen ‘analoog’ bedienen zo lang als nodig is. Maar verdergaande digitalisering is wel duidelijk de hoofdrichting.”

Extra verantwoordelijkheid

De Nederlandse overheid wil de digitale toegankelijkheid continu blijven ontwikkelen. Er is een extra verantwoordelijkheid om iedereen mee te nemen, legt Knops uit. “Er is immers maar één overheid, dus burgers kunnen niet kiezen. Ook de overheid zelf kan bepaalde groepen niet negeren. We moeten dus een breed pallet bieden, met maatwerk bij alle voorzieningen. De één wil naar een loket in het gemeentehuis, de ander regelt zaken liever online. De mogelijkheden zijn veel diverser dan vroeger.”

De technologie ontwikkelt zich snel. Ambtenaren zijn daarom veel in de samenleving om ontwikkelingen te volgen en ze worden opgeleid met eigen ICT-cursussen. “We zijn ook actief betrokken bij experimenten met verschillende partners”, besluit Knops.

“Samen testen we de nieuwste technieken en koppelen die aan actuele vragen vanuit de praktijk. Zo willen we voorop blijven lopen, samen met het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. De digitale agenda is immers geen eenmalig document maar een proces dat zich blijft ontwikkelen. We weten nu de hoofdrichting, maar de precieze weg en het einddoel staan niet vast. Dat zullen we met elkaar moeten uitstippelen.”