Omdat de gemeente veel kansen in big data ziet wil deze met een monitor, de Zorgkubus, op termijn naderende (zorg)problemen in een wijk detecteren op basis van data. Over de hoeveelheid thuiszorg in een straat, medische hulp en bijvoorbeeld demografische gegevens.
Het idee is gebaseerd op Straatkubus Almere, een geografisch informatiesysteem met data over verschillende leefbaarheidsindicatoren op postcodeniveau. Te denken valt aan huurachterstanden, inkomensgegevens, bevolkingssamenstelling of bijvoorbeeld zorgconsumptie. Op basis van die gegevens, en bundeling ervan, is een risico-inschatting mogelijk van (nog te overziene) problematiek en anticipatie daarop. “De gemeente beschikt over heel veel data. Door analyses ervan kunnen we wijkteams inrichten met voor de situatie vereiste hulpverleners. Zo werken we veel gerichter in plaats van te schieten met hagel”, zegt Almere’s oud-burgemeester Annemarie Jorritsma, die een warm pleitbezorger is van datagedreven werken. “In feite werken we nu dus andersom en richten we ons op preventie.”

Gerichter

De Straatkubus heeft een gerichter gemeentelijk beleid als doel waar de burger uiteindelijk beter van moet worden. De werkwijze werd al toegepast in de Eilandenbuurt in Almere. “In deze relatief nieuwe en welvarende wijk speelde niet veel problematiek. Dachten we”, zegt Gerhard Dekker, hoofd van de afdeling Statistiek & Onderzoek die de Straatkubus mede ontwikkelde. “Tot we de beschikbare data bekeken. Niet alleen bleek een aanzienlijk aantal mensen met huurachterstand te kampen, ook de hoeveelheid mensen met een langdurige uitkering was hoog. De informatie uit de Straatkubus deed het vermoeden rijzen dat er een zich ontwikkelende schuldenproblematiek kon zijn, waarna professionals en vrijwilligers gesprekken zijn aangegaan in de buurt om dit vermoeden te bevestigen. Door meteen hulp te bieden voorkomen we dat mensen in de schuldhulpverlening terechtkomen.”

Kansen van big data

Hij vervolgt: “We signaleren situaties en problemen als ze nog klein zijn. Groot voor een individu in veel gevallen, maar klein op gemeentelijk niveau. Door met de Straatkubus dichtbij de belevingswereld van de burger te komen kunnen we kleine problemen in de kiem smoren.” Een zelfde werkwijze gebruikte de gemeente voor veiligheid in het Veiligheid Informatie Systeem.
Heet hangijzer in de discussie rondom big data is privacy. Want: hoe ver mag een gemeente eigenlijk gaan in het gebruik van persoonlijke informatie zoals inkomensgegevens? “Omdat we ons, zeker als overheid, geen scheve schaats kunnen permitteren overschrijden we de grenzen van de wet natuurlijk niet en is de commissie bescherming persoonsgegevens nauw betrokken geweest bij de Straatkubus. Het liefst zou ik werken met data op het niveau van personen om nog gerichter en efficiënter beleid te voeren, maar ik begrijp dat dat niet mag en kan. Hoewel er veel voordelen zijn aan een werkwijze met data is er continu ethisch-politieke discussie vereist. En die blijven we voeren”, zegt Jorritsma.
Techniek maakt ontzettend veel mogelijk waardoor het verleidelijk is om die voor allerlei vraagstukken in te schakelen, vervolgt Dekker. “De Straatkubus is geschikt voor vroege signalering op verschillende terreinen. Maar het is wel zinvol om eerst na te gaan wat we dan precies met die data willen. Bovendien moeten gemeenten beseffen dat datagedreven werken een cultuurverandering vereist binnen de organisatie. Maar: na een signaal uit de wijk duurde het voorheen soms wel zes maanden voor een onderzoek plaatsvond. Met big data en de ordening ervan boeken we binnen een week resultaat en is er een analyse.”