Aart van der Vlist
CIO bij het UWV

Waar bent u vanuit uw functie het meest trots op?

Op onze site werk.nl. Dat is nu een massieve, digitale machine met 180.000 bezoekers per dag voor onder meer uitkering aanvragen en vacatures. Hoewel er kritiek is geweest functioneert de site sinds verbeteringen vanaf 2013 goed en is de klanttevredenheid toegenomen. Daarnaast werkt het uitkeringsproces naar behoren. Als dat hikt, kan de klant bij de kassa zijn pak melk niet betalen. Maar het systeem hikt zo goed als nooit en daarom ontvangen elke maand 1,4 miljoen uitkeringsgerechtigden op tijd hun geld. Inmiddels is er sprake van vergaand digitale processen. Het UWV denkt in de digitalisering steeds meer vanuit de klant en wat deze handig en belangrijk vindt online.

Tegen welke leermomenten bent u aangelopen?

Er zijn grenzen aan de maakbaarheid. Bepaalde onderdelen in onze IT zijn namelijk niet zomaar vervangbaar. Dat limiteert wel eens. Een voorbeeld uit de praktijk is het oude, uit de jaren negentig stammende WW-systeem dat een verbouwing moet ondergaan. We hebben geleerd dat niet alles tegelijk mogelijk is, ten dele veroorzaakt door schaarste aan kennis over oudere systemen. Tegelijkertijd vragen ontwikkelingen als de decentralisaties en nieuwe wet- en regelgeving zoals het nieuwe ontslagstelsel en de veranderingen in de Werkloosheidswet enorm veel van onze ICT. In feite is alles binnen het UWV IT. Digitalisering is dus ook een kwestie van prioriteren en balanceren.

Wat wordt de volgende grote uitdaging?

Meer denken vanuit onze klant –burger, bedrijfsleven en gemeenten- bij de inrichting van een proces. Zoals voor de bezoeker die voor de ene vraag terecht moet bij werk.nl en voor de andere weer op uwv.nl. Dat kan logischer, in het herontwerp bijvoorbeeld. Daarnaast is het een uitdaging om verouderde IT-systemen op te ruimen en tegelijk te vernieuwen, en een wendbaardere organisatie te zijn die snel kan handelen. Ook de mix ‘click - call - face’ met werkzoekenden blijft een uitdaging. Momenteel komen zij pas na een digitale bemiddeling van drie maanden een medewerker tegen. Dat kan misschien eerder, waar andere hulp juist weer meer kan worden gedigitaliseerd.


Dick Heerschop
CIO bij de Nationale Politie

Waar bent u vanuit uw functie het meest trots op?

In de afgelopen periode hebben we veel verbeteringen kunnen doorvoeren in de infrastructuur zodat de politieagent van de toekomst zijn werk zo goed mogelijk kan doen. Met het samengaan van 26 korpsen tot één zijn er in de ICT veel veranderingen geweest zonder al te grote verstoringen in het operationele proces. Er is meer capaciteit voor projecten die het werk efficiënter maken. Zo kunnen agenten met MEOS (Mobiel Effectiever Op Straat) met een mobiele device op straat integraal verschillende politiesystemen raadplegen, een identiteit vaststellen door een identiteitsbewijs te scannen en digitaal bekeuringen uitschrijven. Dat is effectiever, veiliger en voorkomt fouten.

Tegen welke leermomenten bent u aangelopen?

We opereren in een steeds weer veranderende omgeving. Omdat er met ICT veel voor elkaar te krijgen is, komen er steeds nieuwe toepassingen bij. Het innovatievermogen van de politie is gelukkig groot, waardoor wij bijvoorbeeld een antwoord hebben op de snelle ontwikkeling van criminaliteit op het internet. Maar het is wel belangrijk dat die ontwikkelingen gelijke tred houden met het verandervermogen. Nieuwe IT-oplossingen moeten wel bruikbaar zijn in de organisatie. En dus is het noodzakelijk af te wegen welke systemen wanneer beschikbaar moeten zijn. Een nieuw uniform, een nieuw dienstwapen en een nieuw ICT-systeem kunnen samen net teveel verandering betekenen.

Wat wordt de volgende grote uitdaging?

Gegevens dienen steeds meer voor iedereen in de organisatie op straat beschikbaar te zijn, terwijl informatiestromen toenemen. Een agent wil je niet overstelpen met informatie, dus moeten gegevens na te zijn verzameld worden geordend, geclassificeerd en toegankelijk worden gemaakt. Nogal een technische uitdaging, omdat de processen ook in een wettelijk kader moeten passen en we dienen te voldoen aan verschillende eisen. Ondanks dat persoonlijke gegevens van burgers in digitaal verkeer steeds breder beschikbaar komen, moet de politie voorzichtig omgaan met informatie die tot personen herleidbaar is. Het beveiligen van gegevens binnen de politie blijft dus belangrijk.


Bert Kroese
Plaatsvervangend directeur-generaal bij het Centraal Bureau voor de Statistiek

Waar bent u vanuit uw functie het meest trots op?

Het CBS is in hoge mate actief met digitalisering en projecten, wat noodzakelijk is vanwege de functie als informatieverstrekker. Om gegevens te verzamelen en verrijken gebruikten we enquêtes. Dankzij de digitalisering is nu gebruik te maken van de informatie die al aanwezig is. Zo kostte de volkstelling in 1971 nog 100 miljoen euro waar dat door dit digitaal aan te pakken nu 1,4 miljoen is. Ook een voordeel is de lastendrukdaling; de druk is verminderd met 75 procent in vergelijking met twintig jaar geleden, we vallen het bedrijfsleven veel minder lastig. Van supermarkten komen scandata binnen, zodat CBS-medewerkers geen prijzen meer hoeven waar te nemen in winkels.

Tegen welke leermomenten bent u aangelopen?

Een les voor het CBS was dat het doen met de beschikbare informatie wel heel anders werkt dan enquêteren. Bepaal je immers zelf wat je uitvraagt –zoals altijd gebeurde- dan krijg je ook exact wat je wilt. Voor het maandelijkse onderzoek Consumentenvertrouwen zijn nu nog enquêtes in gebruik, maar we overwegen het gebruik van social media zoals Twitter. Niet om mensen direct te benaderen, maar om bijvoorbeeld via tweets van gebruikers het consumentenvertrouwen te peilen. Het punt is alleen dat Twitter geen afspiegeling is van alle Nederlanders en het noodzakelijk is dit te corrigeren. Aan de andere kant maakt dat het vak op dit moment ook wel heel interessant.

Wat wordt de volgende grote uitdaging?

Nu we informatie gebruiken die al aanwezig is, betekent dit dat onze eigen IT-systemen heel flexibel moeten zijn. Ze behoeven aanpassingen als er met nieuwe bronnen zoals Twitter wordt gewerkt. Ook andere nieuwe bronnen leveren steeds weer een uitdaging voor de systemen. Goede upgrades en vernieuwing zijn daarbij vereist. Digitalisering vraagt nu eenmaal een zekere wendbaarheid. Daarnaast vereist de oudere populatie binnen het CBS dat ICT-kennis tijdig wordt gedeeld, met het oog op de uitstroom van deze groep. Tenslotte hebben we mensen en competenties nodig voor onze nieuwe informatiebronnen. Een data scientist bijvoorbeeld, moet aan de slag kunnen met Big Data.