Yves de Boer
Yves de Boer
Gedeputeerde van de provincie Noord-Brabant

Gedeputeerde Yves de Boer vat het kernachtig samen: ‘In Brabant zien we interessante nieuwe bedrijvigheid en innovaties ontstaan door verbindingen tussen economische clusters en maatschappelijke domeinen. We moeten de stijgende lijn die de afgelopen jaren is ingezet in samenspel met de regio´s in de komende jaren verzilveren en uitbouwen. Dat is de Brabantse mentaliteit: we gaan ervoor.’

Aan de muur van de werkkamer van Yves de Boer, als gedeputeerde verantwoordelijk voor Ruimtelijke Ontwikkeling en Wonen, hangt een grote, gedetailleerde kaart van Noord-Brabant. Trots zegt hij: “Indrukwekkend? Het is mooi om te zien dat onze provincie naar het zuiden en oosten een grensoverschrijdende doorgangsfunctie heeft, ondersteund door een prima infrastructuur van water, weg en rail. De verstedelijking is in het midden van de provincie het grootst. Daar zie je de stedenrij van Bergen op Zoom via Breda, Tilburg tot Oss, op de grens van klei en zand, steden in het groen, Brabant is een heel landelijke provincie met prachtige natuurgebieden en veel ruimte om te recreëren. Dat evenwicht willen we graag zo houden.”

Het bewaren van dat evenwicht is een van de uitdagingen voor de komende jaren. Net als het behouden en versterken van Brabant als tweede economische regio van Nederland. De Boer: “De Agenda van Brabant is onze basis. Dat houdt in dat de provincie zich concentreert op haar kerntaken op het gebied van ruimte en economie. We investeren in onder meer Biobased Economy, het Brabants sportplan, BrabantStad Culturele Hoofdstad, Landschappen van allure en cultuurhistorisch waardevolle complexen. Daarnaast zijn ook verbeteringen aan de infrastructuur van het grootste belang. Belangrijk is ook de bestuurlijke samenwerking van de provincie en de grote steden, Breda, Tilburg, ’s-Hertogenbosch, Eindhoven en Helmond.”

Hoe kun je als provincie voortdurend vernieuwen?

“Een goed ondernemingsklimaat is voorwaarde voor economische ontwikkeling,” aldus De Boer. “Succesvolle ondernemingen die zich blijvend vestigen in Brabant garanderen de economische ontwikkeling van de regio en stimuleren werkgelegenheid, recreatie en een goede en prettige woonomgeving. Twee jaar geleden kreeg de regio Eindhoven het predicaat de slimste regio ter wereld. Dat was een enorme aanmoediging om het nog beter te gaan doen. We zijn economisch heel sterk en bijna 50 % van alle octrooien die in Nederland worden aangevraagd komen uit onze provincie. Die plek kunnen we alleen vasthouden als we voortdurend vernieuwen. Dat werkt als je alle betrokken partijen kunt samenbrengen. We moeten nieuwe wegen bedenken, de kennis toepassen in ons eigen gebied en uitrollen over de wereld. Innovatie is het sleutelwoord in onze Brabantse samenleving.”

Volgens De Boer heeft de provincie daarin vooral een stimulerende en voorwaardenscheppende rol. “Dan denk je natuurlijk al snel aan geld. Wat dat betreft zal het nooit meer zo zijn als vroeger. Toen hadden we bij wijze van spreken een wandelende flappentap. Trek de handel maar over en er rolt vanzelf geld uit in de vorm van subsidies. We weten nu dat we zuinig en slim om moeten gaan met beperkte middelen. Gelukkig hebben we geld uit de verkoop van ons energiebedrijf Essent. Dat geld laten we terugvloeien in de samenleving. Dat doen we via revolverende fondsen. Dat betekent investeren via laagrentende leningen in plaats van via subsidies. Rente en aflossingen vloeien weer terug in het fonds en zijn beschikbaar voor nieuwe investeringen. De gebiedspartijen zetten hetzelfde geld meerdere malen in en kunnen daardoor meer doelstellingen realiseren. Risicodragend participeren hebben we ook op een aantal plekken gedaan. Bijvoorbeeld bij MSD in Oss. Dat doen we om de kennis vast te houden en een niche te koesteren waar aanpalende bedrijven bij aan kunnen haken. Als wij investeren, doen we dat nooit alleen. We willen daar ook graag andere partijen bij betrekken. We proberen dit te clusteren en van daaruit meerwaarde te creëren. Op die manier lukt het ons om synergie van geldstromen te ontwikkelen. Als je een goed idee hebt, is er financiering mogelijk. Maar omdat geld schaars is, zetten we zo in dat het maximaal rendeert. Het kan zijn dat banken nee zeggen en wij toch ja. We dekken dat risico natuurlijk af, maar we geloven wel in het idee of de ontwikkeling. Dat is de Brabantse mentaliteit: we gaan ervoor.”

Waarin is Brabant sterk?

“Brabant wil met kennis, ondernemerschap en innovatie op weg naar de Europese top”, vertelt De Boer. Om deze ambitie te bereiken, zet de provincie in op drie pijlers. Op weg naar de top: met de sterke Brabantse clusters op weg naar de Europese top. De basis op orde: Brabant moet uitnodigend zijn voor ondernemers en de arbeidsmarkt moet aansluiten bij de vraag. Er moet voldoende ruimte zijn om te ondernemen en de regio moet goed bereikbaar zijn. Vestigingsklimaat: Brabant moet aantrekkelijk zijn om te wonen, te werken, uit te gaan en te recreëren. Zes clusters spelen een hoofdrol in de economische ontwikkeling: Life Sciences & Health, Food & Nutrition, High Tech Systemen en Materialen (inclusief Automotive en Solar), Logistiek, Biobased Economy en Maintenance. “Voor een aantal sterke clusters bevordert de provincie initiatieven om campussen en werklocaties te realiseren (zie kader)” aldus De Boer. “Hier ligt de focus op Research & Development, innovatie en design. Deze clusters hebben veel groei- en innovatiepotentie. Ontwikkeling van deze clusters heeft een positief effect op de groei van het reguliere bedrijfsleven. Op campussen delen bedrijven onderzoeksfaciliteiten. Het onderwijs zorgt ervoor dat de vraag van bedrijven en kennis van studenten op elkaar aansluiten. Het inrichten van een campus bevordert de samenwerking en kennisdeling. Zo ontstaan nieuwe ideeën, nieuwe producten en diensten. Deze clusters spelen ook een rol bij het ontwikkelen van slimme, innovatieve oplossingen gericht op maatschappelijke vraagstukken. Zo snijdt het mes aan twee kanten: goed voor de economie, goed voor de leešfbaarheid.”

“Let wel, dit is een ontwikkeling die we in gang hebben gezet. Er zijn ook nog wel wat problemen op te lossen als het gaat om werkgelegenheid. De vraag naar arbeid is bij ons heel groot, vooral in de logistiek en in de maakindustrie. Ons arbeidsvolume is krap en de arbeidsmobiliteit te laag. Brabantse bedrijven hebben over het algemeen een goed klimaat. Ook daaraan proberen we met een gerichte aanpak het nodige te doen. Doelgerichter onderwijs bijvoorbeeld. We verbinden overheid, ondernemer en onderwijs met elkaar. Op die manier kunnen we nauwkeurig met elkaar afspreken welke opleidingen het best bij onze samenleving passen. Als je voortdurend in gesprek bent, zie je elkaars kansen. Daar sturen we nog nadrukkelijker op.”