Open water en jonge bosgebieden bieden unieke recreatiemogelijkheden voor toeristen en bewoners, terwijl langs de A6 nieuwe bedrijfspanden als paddenstoelen uit de grond schieten. Wat maakt dit gebied tot een ideale nederzetting voor stedelingen en ondernemers? Een bestuurder en drie ondernemers uit Lelystad, aan de rand van de Randstad, geven hun visie in een rondetafelgesprek.

“Er is hier nog steeds een pioniersmentaliteit”, zegt wethouder Jop Fackeldey, verantwoordelijk voor onder andere wonen, economie en toerisme. “Mensen die in Amsterdam geen achtertuin hadden, vinden rust in deze regio. Er is ruimte om te bouwen, maar ook voor de combinatie groen en blauw. Ondernemers profi teren van de samenwerking binnen de Metropoolregio Amsterdam voor een krachtige, innovatieve economie en snellere verbindingen. Lelystad Airport wordt uitgebreid, er komt een overslaghaven, de A6 wordt verbreed, en onder meer via de Hanzelijn richting Zwolle is de regio ook per spoor uitstekend bereikbaar.”

A6 en Lelystad Airport

“Voor ons was de plek langs de A6 de belangrijkste reden om ons te vestigen in dit gebied”, zegt Jan Hannink, algemeen directeur van Vlint Holding, leverancier en producent van materialen en technische dienstverlening voor de industrie en de woning- en utiliteitsbouw. “We zijn in 1991 in Almere begonnen en na een overname was ons pand al snel te klein. In augustus 2012 zijn we verhuisd naar nieuwbouw in Lelystad. Dit pand heeft potentie; de ligging aan de snelweg en de geplande uitbreiding van de luchthaven kunnen bijdragen aan een waardevermeerdering van ons pand.”

De AIS Flight Academy is sinds 2005 gevestigd op Lelystad Airport. “We zijn gestart als vliegschool die verkeersvliegers opleidt”, vertelt directeur Arend van der Meer. “In de loop der tijd zijn daar ook AIS Aircraft Maintenance en AIS Airlines bijgekomen. Op dit moment ligt het accent op de lijndiensten, met bestemmingen in Scandinavië, Duitsland, Engeland en België. We vliegen niet op Lelystad, maar de school loopt nog steeds erg goed. Een groot voordeel is de bereikbaarheid en de centrale ligging.”

Hajé de Jager van Hajé shops, hotels en restaurants is van oorsprong een lokale ondernemer. “Ik ben in 1986 begonnen met restaurant De Lepelaar, het eerste wegrestaurant langs de A6. Later volgden De Aalscholver, aan de overkant, en locaties elders in Nederland. Dit is altijd een bijzondere plek gebleven, omdat hier dingen kunnen die in andere regio’s niet mogelijk zijn. Bijvoorbeeld onze hotelark en voet- en fi etspaden naar omliggende natuurgebieden vanaf de parkeerplaatsen bij de restaurants.”

Bedrijvigheid, natuur én toerisme De Jager erkent het spanningsveld tussen natuur en bedrijvigheid, maar zegt stellig dat dit in Lelystad niet speelt. “De unieke combinatie biedt juist kansen, omdat hier ruimte is voor groei van béide. Bedrijvigheid biedt kansen voor natuurontwikkeling en voor toerisme, er ontstaat een nieuwe dynamiek.” Wethouder Fackeldey beaamt dat. “Ruimte is het grote voordeel van deze regio. Daardoor kan onze gemeente zich bijvoorbeeld ook ontwikkelen tot watersportstad.”

“We hebben als gemeente bewust gekozen voor een langzame groei naar op dit moment 76.000 inwoners”, vervolgt de wethouder. “We willen immers de kwaliteiten van de leefomgeving behouden.” Van de Meer benadrukt dat de landelijke omgeving die kleinschalige ontwikkeling mogelijk heeft gemaakt. “Je zit hier aan de rand van de Flevopolder. Bovendien heeft het gebied de kennis die elders met soortgelijke ontwikkelingen is opgedaan.”

Sfeer van samenwerken

Het succesvolle ondernemersklimaat is volgens De Jager mede te danken aan onderlinge samenwerking. “Die zie je steeds meer ontstaan”, zegt hij. “Er is een sfeer van kennis delen en elkaar ontmoeten. De overheid en het bedrijfsleven trekken samen op. Almere en Lelystad hebben onlangs gelijktijdig hun ondernemersplein geopend. In Flevoland kan ook nét iets meer. Bestuurders staan open voor ideeen, het is hier niet zo gereguleerd als elders.”De andere ondernemers beamen dat. “Je ziet een goede interactie”, aldus Hannink. “Naast grote projecten worden ook kleine initiatieven gewaardeerd. Je probeert hier samen ergens naar toe te werken.” Het hoort bij dit gebied, schetst Van de Meer tot besluit. “Samen iets opbouwen zit in de roots van de Flevopolder.”