De Provincie Limburg ziet zichzelf als aanjager van de economie en heeft door de Universiteit Maastricht, Zuyd Hogeschool en Maastricht Universitair Medisch Centrum met de zogeheten Kennis-As Limburg een ambitieus strategisch programma laten opstellen om voortbouwend op de sterkten en potentie van de regio die investering niet alleen in goede banen te leiden maar ook te laten renderen. De Kennis-As Limburg is feitelijk een gezamenlijk investeringsprogramma van € 600 miljoen.

Dossier: Bekijk hier het online Dossier Kennis-As Limburg.
 

Limburg steeds internationaler

Limburg wil hiermee haar steentje bijdragen om ook samen met de universiteiten Eindhoven, Luik, Aken en Leuven in Europa absolute topper te worden op het gebied van techniek, materialen, logistiek, voeding en gezondheid. Daartoe is in de afgelopen jaren samen met de kennisinstellingen en chemieconcern DSM onder meer al de succesvolle Chemelot Campus in Sittard-Geleen en de Maastricht Health Campus opgetuigd. Twee anderen campussen, Greenport Campus (logistieke hotspot) in Venlo en Smart Services Campus in Heerlen, staan al in de steigers.

De Limburgse strategie werpt inmiddels vruchten af. Zo worden in Limburg nu al de materialen van de toekomst gemaakt. Twee voorbeelden: lichaamseigen kraakbeen voor hersteloperaties gewrichten (Tigenix) en afbreekbaar plastic van bamboe voor onder meer auto dashboards (Sabic/Transmare). Daarnaast komen steeds meer topwetenschappers naar Limburg om baanbrekend onderzoek te doen en vinden ook steeds meer buitenlandse studenten de weg naar Limburg. Al bijna de helft van de 16.000 studenten en ruim 30% van de staf van de Maastrichtse Universiteit komt uit het buitenland.

Om de tafel

Een rondetafelgesprek over de Limburgse ambities met een aantal hoofdrolspelers;  Limburgs VVD-gedeputeerde Twan Beurskens (Economie), vice-voorzitter Nick Bos van de Universiteit Maastricht, directeur Bert Kip van de Chemelot Campus in Sittard-Geleen, Jan Kees Dunning van de Maastricht Health Campus en Frans van Leijden, directeur van de HAS Hogeschool in Limburg.

“Limburg zet haar geld op kennis, innovatie en valorisatie,” trapt Twan Beurskens af. De crisis die in 2008 aanbrak maakte duidelijk dat we een nieuw verdienmodel nodig hebben. Hoewel verschillende bedrijven zich sterk toonden in innovatie en export was de afstand tussen bijvoorbeeld bedrijfsleven en onderwijs groot. Tegelijkertijd bestond wel de wil tot nieuwe ontwikkelingen en klopten ook gemeenten steeds vaker bij de provincie aan het voortouw te nemen om de economie weer vlot te trekken. Van meet af aan was duidelijk dat overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen hierin samen op moeten trekken; de triple helix staat nu als een huis.”

Groeimotor voor regio

Om kruisbestuiving tussen studenten, bedrijfsleven en kennisinstellingen te realiseren bestaan in Limburg diverse initiatieven. De Chemelot Campus, een open innovatie R&D-community, is één van de grootste. DSM, Maastricht University en de provincie investeren hier voor een afgesproken periode van 10 jaren met als doel een economische groeimotor voor de regio te creëren ten behoeve van de samenwerking onderling en die met het mkb. “De campus is veel meer dan een bedrijventerrein omdat partijen elkaar echt waarde geven. Doel is het ontstaan van een ecosysteem waar grote bedrijven, mkb-ers en kennisinstellingen samenwerken en waar studenten van mbo tot universitair niveau worden opgeleid in een industriële omgeving”, zegt Bert Kip, managing director van de campus. Naast een aantal grote spelers als DSM, SABIC en LANXESS  richt het zich op mkb’ers, van  eenpitter start-ups tot doorgroeiende mkb bedrijven. Deze mkb’ers brengen dynamiek op de campus, meent Kip, en kunnen volgens hem op hun beurt hun voordeel doel met de kennis, faciliteiten en het soms wereldwijde netwerk van de grotere bedrijven. Het komt regelmatig voor dat ondernemers aan elkaar worden gekoppeld. “Daarnaast wordt geld vrijgemaakt voor innovaties in Chemelot Ventures waarmee  start-ups worden gefinancierd”, zegt hij. Kip illustreert het met een voorbeeld: “3D printing is hot. Maar bij het ontbreken van kennis en kunde en kapitaal om te investeren mis je als klein bedrijf de boot. Door samenwerking op de campus kunnen we de hele keten van a tot z verzorgen. De grote uitdaging bij de ontwikkeling van de campus is om sterke verbanden te leggen tussen enerzijds de kenniseconomie en anderzijds de maakindustrie.”

Health Campus

De activiteiten van Chemelot richten zich op chemie en materialen. Sinds kort bestaat er ook een samenwerking met een andere campus uit de provincie, de Maastricht Health Campus, een samenwerking van provincie, Maastricht University en het Maastricht Universitair Medisch Centrum+.
De ‘campussenmarkt’ is erg competitief dus moeten we ons specialiseren maar binnen deze specialismen willen we excelleren, vertelt managing director Jan Kees Dunning. De Maastricht Health Campus wil zich onderscheiden door researchexcellentie maar deze vooral combineren met unieke technische faciliteiten. “Hoewel dit forse investeringen vergt, trekt deze campus daardoor wel toponderzoekers aan. We werken daarbij nauw samen met Chemelot. Dat betekent dat we niet alleen gezamenlijk investeren in apparatuur, zoals scanners, maar ook samenwerken bij het uitontwikkelen van innovaties. Een aardig voorbeeld is een polymeer dat gebruikt kan worden als coating voor een stent, een buisje om vernauwde bloedvaten open te houden. Dat idee kan ontstaan op de Health Campus en de polymeer kan dan vervolgens door Chemelot worden doorontwikkeld en geproduceerd. Omgekeerd werkt het net zo. 3D printen kan gebruikt worden voor het printen van een afsluiter voor de chemische procesindustrie maar ook worden aangewend in de medische wereld, bijvoorbeeld bij het printen van kaakimplantaten. De kennisgebieden vullen elkaar aan en maken nieuwe combinaties van kennis en kunde mogelijk en juist dat geeft beide campussen onderscheidend vermogen ten opzichte van de concurrentie.”

Maar er zijn nog meer dwarsverbanden, stelt Dunning, die ook aantrekkelijk zijn voor de kleinere mkb’er of starter. “Onze scanners van bijvoorbeeld tien miljoen euro liggen meestal niet in het bereik van de gemiddelde mkb’er maar kunnen mede dankzij ons samenwerkingsverband nu wel per dag, ook door een kleinere ondernemer worden gehuurd. Hiermee komt het gebruik van zeer geavanceerde apparatuur ook voor het mkb binnen bereik. Top onderzoekers met top faciliteiten zijn beter in staat researchgelden aan te trekken welke nieuwe research moet leiden tot nieuwe start-ups, zegt Bert Kip.

Onderwijs naar hoger niveau

Een van de doelstellingen van de Kennis-As Limburg, naast ontwikkeling van campussen, is een hoger niveau van onderwijs. Samenwerking met andere partijen is daarin onmisbaar, zo meent Frans van Leijden. Hij is directeur van de HAS Hogeschool in Limburg, die inmiddels verschillende overeenkomsten heeft gesloten met het bedrijfsleven. “Uiteindelijk leiden we mensen op voor het bedrijfsleven en willen we dat dan ook naar ons toetrekken. Een uitwisseling van kennis en praktijkervaring is essentieel. Zo doen we bijvoorbeeld toegepast onderzoek voor bedrijven. Maar in de overeenkomsten zijn ook afspraken gemaakt over stages, afstudeerplekken en gastsprekers, en het betrekken van het bedrijfsleven bij het leerplan. Inmiddels zijn er 50 van deze overeenkomsten. Dat moeten er 100 worden”, vertelt hij.

In de toekomst verwacht hij ook zaken te doen met de Chemelot Campus. “In de biobased economy is de agrarische sector natuurlijk onmisbaar. Inmiddels werken we al samen met de Maastricht University en delen we onder het mom van ‘facility sharing’ een lab. Ook met de provincie en twee andere bedrijven zetten we momenteel een onderzoeksfaciliteit op waarin de focus ligt op telen zonder daglicht.” De HAS heeft ook een internationaal tintje; buitenlandse stages zijn er verplicht en Van Leijden denkt daarnaast dat de nieuwe studie International Farm Management ook buitenlandse studenten aantrekt.

Maastricht University

De samenwerking in het onderwijs strekt zich dus ook uit over de grenzen. Maastricht University deelt die ervaring. Als jongste universiteit van het land heeft deze sommige faciliteiten of expertise niet in huis, vertelt Nick Bos vice-voorzitter van het College van Bestuur. Ook hier is samenwerking daarom volgens hem noodzakelijk. “Op Chemelot werken we samen met de TU Eindhoven en ook de RWTH, de Technische Universiteit in Aken, tevens de grootste in Europa. We zetten samen onderzoek op naar biomedische en ‘biobased materials’, zoals we op andere terreinen intensief samenwerken met de Universiteit Hasselt. Op die manier hopen we op een slimmere en efficiëntere manier te komen tot innovaties in onderwijs en onderzoek die zich uiteindelijk ook moeten vertalen in praktische toepassingen voor het bedrijfsleven.”

Bos ziet nu al dat de triple helix ontwikkelingen veel aandacht trekken van studenten en staf van buiten de landsgrenzen en verwacht dat Nederlandse kennisinstellingen zich hiermee kunnen versterken. “Op de Chemelot Campus is nu meer dan 50 procent van onze studenten van buitenlandse afkomst. Het is zaak ervoor te zorgen dat de kennis voor de regio behouden blijft. Door samen te werken in triple helix verband kun je in de ontwikkeling van onderzoek en de opzet van onderzoeksfaciliteiten sneller en groter te werk gaan. Studenten kunnen dankzij campussen veel vroeger dan voorheen in direct contact komen met het bedrijfsleven, met hun toekomstige werkgevers. Dat gebeurt door het delen van lab-voorzieningen of door het lopen van stages op R&D-afdelingen van bedrijven. Er is dus veel meer interactie dan voorheen. Dat is goed voor het onderwijs en goed voor het onderzoek. En het leidt tot verrassende ideeën, en uiteindelijk tot een uitbreiding van de werkgelegenheid.”

Verbeteren

Hoewel de samenwerking in al diens vormen door de heren overwegend wordt geroemd zien ze nog wel de nodige verbeterpuntjes. Dunning: “Er is soms sprake van superspecialismes en af en toe een wat te verkokerde blik bij de partijen. Daarom moet het eenvoudiger worden om bij elkaar te komen. Daarnaast is er meer diversiteit in het arbeidsaanbod vereist om mensen in Limburg te laten blijven.” Ook Kip ziet uitdagingen. In de financiering bijvoorbeeld. “De vastgoedmarkt zit op slot en het is nog ongelofelijk lastig om bancaire partijen mee te krijgen.”
Van Leijden vindt dat in de praktijk nog te weinig bekend is welke kennis er nog op de plank ligt. “Bedrijven weten vaak niet hoe ze de kennis toepasbaar moeten maken. Het hbo kan in een tussenstap een rol vervullen.”
Bos meent dat voor meer en grotere successen nog meer partijen zich moeten aansluiten bij samenwerkingsverbanden als de besproken campussen. “De grotere bedrijven kunnen dat relatief makkelijk doen. Maar wat mij betreft kan het mkb nog wel sterker aan tafel vertegenwoordigd zijn.”

Download: Download de brochure van de Kennis-As Limburg.
 

Gedeputeerde Beurskens neemt een voorschot op de toekomst. Hoe ziet Limburg eruit over tien jaar? Hij denkt dat het imago van de regio dan is veranderd. “We zijn dan een sterke provincie, een regio die flink bijdraagt aan de Nederlandse economie.  Een kennisregio, die ook vervlochten is met buitenlandse kennisinstellingen.”