“De echte Overijsselaar bestaat niet. De provincie kent verschillende regio’s met een eigen karakter, zoals Twente en Salland. Wat ze bindt is de rust, in vergelijking met de Randstad. Wonen en werken zijn er meer in balans en het woonklimaat ervaren velen als prettiger. De Overijsselse regio’s scoren hoog op veiligheid. Ook zie je oud-inwoners die in de Randstad een gezin hebben gekregen weer terugkeren vanwege de menselijke maat, voldoende kinderopvang en het dorpsleven. Mensen helpen elkaar hier, er is sprake van goed nabuurschap”, zegt de hoogleraar, die zowel aan de Radboud Universiteit Nijmegen als aan de Universiteit Twente is verbonden.

Uit eten in Duitsland
In Overijssel liggen groen en water nooit ver weg, zegt Hospers, en volgens hem is het er daardoor leuk recreëren. Maar ook de ligging ten opzichte van de Oosterburen roemt hij. “Ik nodig vrienden wel eens uit voor een diner ’s avonds in Duitsland. Het is mooi dat dat hier kan. In Overijssel vind je naast veel natuur en bijzondere landschappen ook veel historisch erfgoed. De verschillende Hanzesteden bijvoorbeeld.”

Maar voor werk en ondernemers liggen er eveneens kansen, stipt hij aan. “Zo blaast Twente in innovatie zijn toontje mee, met een van de grootste onderzoeksinstituten in nanotechnologie ter wereld. Het percentage innovatieve bedrijven hier is hoger dan het landelijke. Dat dit niet heel bekend is, komt misschien wel door onze bescheidenheid. De regio Zwolle telt daarnaast relatief veel familiebedrijven, hetgeen gunstig is voor de economie. Bovendien gingen vier van de zes Beste Werkgevers Awards in 2013 naar bedrijven uit Overijssel. Voor de innovaties die hier ontstaan is de inbreng van marketingkennis wel wenselijk. We kunnen nog krachten gebruiken om die wat meer te gelde te maken.”

Juist toen hij in de Randstad werkte merkte Hospers dat mensen weinig weten van de provincie. Als ‘hunkertukker’ besloot hij onderzoek te doen naar regio’s buiten de Randstad, wat zelfs leidde tot zijn hoogleraarschap. “We vergeten vaak wat plekken met ons doen.”