Expertisecentrum Generade moet de stap van kennis en wetenschap van DNA en genen naar een praktische toepassing in de maatschappij faciliteren en de wisselwerking tussen onderwijs, onderzoek en ondernemerschap versterken, vertelt directeur Helma Kaptein. “Generade richt zich voornamelijk op genenonderzoek bij mensen en planten. Het centrum behandelt onderzoeksvragen van bedrijven die opereren in de biodiversiteit en gezondheid.”

Stukje van de puzzel

Generade is een samenwerking tussen de Hogeschool Leiden, de Universiteit Leiden, Naturalis, het LUMC en BaseClear. Daardoor werken onderwijs, kennisinstellingen, de overheid en het bedrijfsleven dus samen. Volgens Kaptein heeft dat niet alleen voordelen voor bedrijven. “Studenten kunnen in de praktijk ervaren hoe hun werk een toegevoegde waarde kan hebben voor bedrijven, omdat ze met onderzoek een stukje van de puzzel kunnen aanleveren.”
Toch ervaart ze in de praktijk nog hobbels om projecten te vinden die daadwerkelijk effect hebben voor de maatschappij. “Je kunt je afvragen hoe we een project vinden dat al vijf jaar ergens stof ligt te vergaren in een la. Daar denken we over na. Daarnaast zijn de tijdslijnen soms een punt. Dat er misschien pas over vijf jaar een resultaat is dat voor bedrijven een toepassing kan hebben, is soms best even slikken.”

Bio Science Park

Niettemin kan op grond van iemands DNA-profiel de medicatie soms meer op het individu worden gericht, meldt Kaptein. Een terrein waarop Generade het Leiden Academic Centre for Drug Research (LACDR) van de Universiteit Leiden vindt. Wetenschappelijk directeur Piet Hein van der Graaf gelooft in samenwerking tussen overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven.
“Het Bio Science Park is daarvoor een ideale locatie. In een straal van een kilometer zijn ook het LUMC, de Hogeschool, het Centre for Human Drug Research en meer dan 100 kleine en middelgrote bedrijven gevestigd. Studenten hoeven dus maar de hoek om om binnen te kijken bij een bedrijf. Farmaceutische ondernemingen sluiten steeds vaker vestigingen om zich te begeven naar dergelijke hubs. Bijvoorbeeld omdat ze niet in staat zijn bepaalde onderzoeken uit te voeren en expertise van een universiteit goed kunnen gebruiken”, zegt hij.

Hub

Leiden heeft hiermee volgens hem de sleutel tot de hele keten van geneesmiddelen-ontwikkeling. “Van idee tot molecuul naar medicijn; alle expertise is hier aanwezig. Onderzoeken kosten gemiddeld zo’n twee miljard dollar, duren vaak langer dan tien jaar en hebben een slagingskans van minder dan 10 procent. Dat is niet in stand te houden. De hoop is nu gevestigd op samenwerking en uitwisseling van expertise. Inmiddels worden incidenteel al enkele in Leiden ontwikkelde geneesmiddelen getest in het LUMC. Het is de bedoeling om dat nog meer te stimuleren.”
Uiteindelijk heeft dat ook positieve effecten op de werkgelegenheid, hoopt hij. “Er kan meer hoogwaardig werk ontstaan dat hooggeschoolde mensen aantrekt.”

Meer weten?

Meer weten over Leiden, internationale kennisstad zie: http://gemeente.leiden.nl/kennisstad.

Bundeling kennis en kunde in Leiden

Ton Dietz
Directeur van het Afrika-Studiecentrum

Het samenwerkingsverband LeidenGlobal moet wetenschappelijke kennis en kunde in de sleutelstad meer op de kaart zetten, vinden de initiatiefnemers. Zij hopen dat hiermee de informatie toegankelijker wordt voor gebruikers en voor het buitenland. “Veel van de kennis over wereldregio’s en hun maatschappijen, geschiedenis, cultuur en economie die Leiden bezit was erg gescheiden en versnipperd. Hetzelfde geldt voor (boeken)verzamelingen over mens en maatschappij in de grote wereldregio’s. Wij hopen dat door de bundeling de informatie toegankelijker wordt”, zegt Ton Dietz die directeur is van het Afrika-Studiecentrum, een van de partners in het samenwerkingsverband.

Bundeling

De verschillende stakeholders treffen elkaar in vergaderingen om de agenda te bepalen. Leiden wil zich profileren als kennisstad, volgens de directeur, meer dan alleen op medisch en natuurwetenschappelijk terrein. Het Rijksmuseum Volkenkunde, de Universiteit Leiden, het Rijksmuseum van Oudheden en vier andere onderzoeksinstellingen hebben zich aan het samenwerkingsverband gecommitteerd. De genoemde toegankelijkheid van de informatie is vooral gericht op bedrijven, instellingen, NGO’s, het onderwijs en journalisten. “De instituten zijn los van elkaar relatief klein. Een bundeling levert hen schaalvoordelen op, zoals de mogelijkheid om gezamenlijk aanvragen voor grote onderzoeksprogramma’s in te dienen. Verder staan alle grote verzamelingen onder druk en hebben musea het moeilijk. In LeidenGlobal worden verzamelingen dan ook beter gepresenteerd en gedigitaliseerd”, vertelt Dietz.

“Ook kunnen onderzoeken van universiteit en musea beter op elkaar aansluiten. En er kan meer samenwerking ontstaan bij de verschillende (research) mastersprogramma’s in het onderwijs terwijl deze voorheen erg verbrokkeld waren. Zo wordt het bijvoorbeeld eenvoudiger om een uitwisselingsprogramma voor studenten met het buitenland op te bouwen.”

Niettemin kent LeidenGlobal ook wat uitdagingen. “Met de samenwerking nog in de opbouwfase is het de vraag hoe er in het onderwijs dwarsverbanden kunnen worden aangebracht, en vergt het bijvoorbeeld inspanning om het onverwacht hoge aantal studenten voor International Studies dat naar het buitenland wil goed te begeleiden. Een andere uitdaging is een betere samenwerking met maatschappelijke partijen in de regio. De conferentie ‘Africa Works!’ in oktober die Leiden met het Netherlands African Business Council organiseert is hierop gericht.”

Relaties

Voorheen was het voor het buitenland meer vanzelfsprekend om zich met een informatie- of onderzoeksvraag of voor onderwijs tot Leiden te wenden, meent Dietz.

“Dat is echter niet meer het geval. Afrikaanse topmensen richten zich bijvoorbeeld meer op China dan op Europa, dat beter zijn best moet doen om op de kaart te staan. Leiden wil nog steeds als partner optreden, net zoals alle partijen in LeidenGlobal een gesprekspartner willen zijn en daarvan de noodzaak inzien. Zo kunnen er uiteindelijk weer nieuwe relaties ontstaan.”