Hans Nouwens
Smart Data City

Digitale technieken bieden mogelijkheden om allerlei data te genereren. Om gegevens vergelijkbaar te maken zijn er iso-standaarden. “Die worden wereldwijd gebruikt”, vertelt Nouwens. “Hiermee kunnen steden hun resultaten vergelijken.”

Leren van elkaar

Om te meten hoe slim een stad is, zijn nieuwe normen nodig. Als iedereen volgens die normen meet, wordt het mogelijk om projecten in steden met elkaar te vergelijken. Nouwens geeft een voorbeeld van een nieuwe manier van gegevens verzamelen. “De bereikbaarheid van de stad en gezondheid zijn belangrijke onderwerpen. Mobiliteit is gekoppeld aan luchtkwaliteit, en dat is vrij makkelijk te meten met sensoren. Sensoren worden steeds beter betaalbaar, waardoor stadsbewoners deze zelf kopen en in de achtertuin hangen. Door zulke sensoren aan elkaar te koppelen, vormen ze een netwerk dat veel meer informatie geeft dan ooit mogelijk was. Iemand kan ook een sensor aan een fiets monteren en al rijdend allerlei data verzamelen. Dan krijg je inzicht in luchtvervuiling onderweg en dat geeft gemeenten informatie over het regelen van verkeersstromen.”

Horizontaal geïntegreerd

Doordat data veel onderwerpen met elkaar verbinden, zullen gemeenten gerichter en meer geïntegreerd gaan werken. “Kennis en data worden gekoppeld”, voorspelt Nouwens. “Dat gaat forse besparingen opleveren. Het budget van steden als Amsterdam en Rotterdam ligt boven een miljard. Je kunt tien tot vijftien procent op beheer besparen. Dat gaat dus om enorme bedragen. De verkiezing van Slimste Stad van Nederland stimuleert deze innovaties.”

De economische en maatschappelijke relevantie van Smart Cities is groot. Daarom moet deze ontwikkeling landelijk worden opgepakt, vindt Nouwens. Naast water, elektra en wegen is er behoefte aan een vierde netwerkstructuur voor smart city-toepassingen. “Met een verantwoordelijk persoon op nationaal niveau. Misschien zelfs een minister van Smart Cities?”