Dick Hoogendoorn, directeur Vereniging Afvalbedrijven, vertelt dat de sector al tientallen jaren bezig is met het idee van circulaire economie. “Al bijna tachtig procent van al het afval wordt gerecycled. Er zijn veel goede initiatieven. Ook grote steden zijn er, ondanks alle problemen en vraagstukken die daar spelen, steeds meer mee bezig.”

Beter en slimmer

De traditionele functie van de afvalsector was het ophalen, verwerken en afvoeren van afval naar een stortplaats. Maar die tijd ligt ver achter ons, vertelt Hoogendoorn. “Tegenwoordig speelt veel meer de vraag om iets met het afval te doen. Overheden en het bedrijfsleven willen daarom meer gescheiden inzameling van afval. Afvalbedrijven gaan daar in mee en denken ook mee over betere en slimmere ontwerpen en productie van materialen. Die vernieuwing aan de voorkant van de keten is essentieel. Als producten slimmer in elkaar worden gezet, kunnen wij ze beter verwerken. We werken dus niet alleen samen met overheden, maar ook met producenten.”
Het werken aan een duurzame samenleving vraagt steeds afgewogen beslissingen over de concrete invulling. Hoogendoorn geeft een voorbeeld: “We zouden veel voortgang kunnen boeken als mensen bijvoorbeeld drie keer zo veel reinigingsheffing zouden betalen en bereid zijn om meer verschillende afvalbakken in hun huis of tuin te plaatsen. Maar willen mensen dat? Dat is nog maar de vraag. Je loopt dus aan tegen de grenzen van de recyclingmaatschappij. Het gaat altijd om een evenwicht in wat je wilt bereiken en wat je vraagt van burgers.”

Vrij toepasbaar

Een van de vele voorbeelden van hergebruik van afvalstoffen is de toepassing van zogeheten bodemas bij de aanleg van wegen. Bodemas is een zwart, zandachtig restproduct dat ontstaat bij verbranding van afval in afvalenergiecentrales. In Nederland is dat jaarlijks bijna twee miljoen ton. Al meer dan twintig jaar wordt bodemas gebruikt in de grond-, weg- en waterbouw. Het dient onder meer als fundering onder wegen en fly-overs. Gebruik ervan is duurzaam, want het bespaart zand en grind.
“Maar”, vertelt Hoogendoorn, “bodemas bevatte tot nu toe nog te veel verontreiniging. Onder de Nederlandse wegen ligt het daarom ingepakt in folie, om te voorkomen dat bepaalde stoffen zich verspreiden. In de Green Deal die in 2012 met de overheid is afgesloten, is afgesproken dat wij bodemassen zodanig gaan opwerken dat ze vrij toepasbaar zijn, dus zonder beschermende maatregelen. Dat gebeurt in twee fasen: in 2017 moet de sector de helft van alle bodemassen voldoende gereinigd hebben, en in 2021 moet dat volledig gebeuren. We zijn nu halverwege de eerste fase en zijn bezig met een externe rapportage over de stand van zaken. Het ene bedrijf is er al verder mee dan het andere, maar ik verwacht dat we de eerste fase gaan halen. Dan kunnen we kijken hoe we daarna ook de tweede fase kunnen realiseren.”

Nieuwe technieken

De afvalbedrijven zijn druk bezig met de doelstellingen uit de Green Deal.
Hoogendoorn: “Bedrijven ontwikkelen, ieder voor zich of in samenwerking, nieuwe reinigingstechnieken, bijvoorbeeld behandeling met CO2 of betere uitwastechnieken. Dat houdt overigens wel in dat je de verontreinigingen meer concentreert en je dus altijd een kleine, verontreinigde fractie overhoudt. Als 85 procent van je eindproduct schoon is, zit de verontreiniging dus in die andere 15 procent. Over de verwerking daarvan is in de Green Deal afgesproken dat dat gestort mag worden.”
Dat laatste onderstreept Hoogendoorns standpunt dat een honderd procent volledig circulaire economie nooit gehaald zal worden. Het verbranden en storten van een klein deel van het afval zal altijd nodig zijn. “Met slim produceren en zo veel mogelijk recyclen kunnen we wel een heel eind komen. Ik vind het goed om het ideaalbeeld als stip op de horizon te houden.”