Van kleinschalig experiment tot wereldwijde toepassing. Steeds meer bedrijven vinden hun weg naar Delft en omgeving. Biotech Campus Delft is een initiatief van DSM Delft en de Technische Universiteit Delft, ondersteund door Science Port Holland en de gemeente Delft. Samen richten zij zich op het ontwikkelen en toepassen van biotechnologie. Kort gesteld is dat het werken met bacteriën, gisten, schimmels en enzymen. Bijvoorbeeld het omzetten van reststromen in bio-gebaseerde energie en chemicaliën. Zo kan bijvoorbeeld plantaardig afval worden gebruikt als bouwstenen voor bio-plastics en bio-ethanol.
Zowel noordelijk als zuidelijk van het centrum van Delft is de Biotech Campus terug te vinden. In het zuidelijke gedeelte van Delft bevindt zich het Science Park Technopolis, een bedrijventerrein bij de TU Delft waar ook incubator YES!Delft is gevestigd. “Het terrein is exclusief gereserveerd voor high-tech-bedrijven”, legt Delftse wethouder Pieter Guldemond uit. Van starters vanuit de TU tot een gerenommeerd bedrijf als Applikon dat onlangs haar hoofdkantoor verplaatst heeft naar Delft. “Om starters te laten doorgroeien, zijn de plannen ontwikkeld voor een nieuw gebouw met kantoren en biotech-laboratoria.”

Onderzoek opschalen

Ten noorden van het stadscentrum ligt de andere locatie, op het terrein van DSM. De organisatie richt zich sinds 145 jaar op biotechnologie en besloot enkele jaren geleden samen met andere partijen te investeren in faciliteiten die door derden zijn te gebruiken. Zo is er de ‘Bioprocess Pilot Facility’ (BPF), waar opschaling van onderzoek mogelijk is. “Wat in een petrischaal werkt, is niet direct geschikt voor grootschalige productie”, stelt Astrid van Kleef, Communicatiemanager van DSM. “Door deze faciliteiten open te stellen, wordt dit soort onderzoek bereikbaar.” Vele partijen weten de BPF dan ook te vinden, vult ze aan. Ondertussen groeit DSM zelf ook door. Volgend jaar verrijst op dezelfde locatie een nieuw laboratorium. “Het is een lab dat wij voor onszelf gebruiken, maar de procesontwikkeling die er plaatsvindt, maakt wel weer onderdeel uit de van de totale innovatieketen”, aldus Van Kleef.

Mijlpaal

Van de Topsector Chemie en VNCI kreeg Biotech Campus Delft onlangs de gecombineerde status van COCI (Center for Open Chemical Innovation) en iLab (Innovation Lab). De eerste voor het succesvol faciliteren bij het verder ontwikkelen van producten en processen. De tweede voor het bieden van innovatiediensten voor startende bedrijven in de (bio)chemie. “Een mijlpaal”, zegt Jorn Douwstra, senior beleidsadviseur Economie van de gemeente Delft. “Er is geen andere plek in Nederland die beide statussen heeft op het gebied van industriële biotechnologie. Dat is een belangrijke erkenning van de sector.” De campus verwacht dan ook een boost in onderzoek en productie. Van Kleef: “Het gaat daarbij vooral om hoe je innovatie inzet in je keten. Je wilt naar productie, werk en winst toe.”

Aantrekkingskracht

Dat opschaling in de regio Rotterdam plaats zou kunnen vinden, is geen toeval. Rotterdam beschikt met haar havengebieden over de ruimte om het wereldwijde speelveld te bedienen. “Het is een van de weinige plekken met ruimte voor de juiste infrastructuur, plus de bestaande mogelijkheden die er al zijn”, zegt Jan Roelf Sikkens, Strategisch Adviseur van de gemeente Delft. Om de potentie van de regio goed te benutten, is InnovationQuarter ingesteld, die de marketing en acquisitie op regionaal niveau op zich neemt. Het maakt onderdeel uit van een totaalaanpak. Er zijn veel factoren die elkaar beïnvloeden. “De vele hoogwaardige opleidingen in Delft zorgen voor een natuurlijke aanwas van professionals en wetenschappers”, zegt Guldemond. “De intensieve samenwerking tussen onderzoeksinstituten en het bedrijfsleven maken de stad tot een uitstekende vestigingsplaats voor innovatieve ondernemingen.”