“Een slim gebouw vertelt je met behulp van data waar zich nog een lege vergaderruimte of stille werkplek bevindt en waar je collega’s zijn. Slimme gebouwen hebben naast hun traditionele huisvestingsfunctie de taak om ons te faciliteren en de gebruikers van een pand zich te laten focussen op processen”, zegt Wouter Kok, managing director bij een ingenieursbureau. Smart buildings zorgen dus dat we niet bezig hoeven te zijn met die dingen waar we geen zin in hebben en dat we ons kunnen richten op andere zaken. Ons werk bijvoorbeeld.

Kok ziet de slimmigheden een vlucht nemen in bijvoorbeeld ziekenhuizen en musea. Verpleegkundigen hebben in een smart building 24/7 inzicht in waar apparatuur en patiënten zich bevinden, wat hun werk efficiënter en gemakkelijker maakt. Met smart musea kunnen bezoekers beter de weg vinden en genavigeerd worden langs de items die ze willen zien. Tegelijkertijd hebben slimme musea inzicht in de populariteit van bepaalde objecten en waar mensen minder op af stappen. Zo kunnen ze hierop inspelen.

Effectief gebruik

“Smart buildings kunnen continu en real time informatie verschaffen over hoe ze worden gebruikt. Een voorbeeld is de bezetting van ruimten. Wanneer die in kaart is gebracht dan valt de schoonmaak daar op aan te passen. Dat geldt ook voor portfoliomanagement voor de vastgoedeigenaar en het onderhoud. Je kunt zaken als branduren bijhouden. Gaat er een lamp kapot, dan informeer je direct de gebruiker in die ruimte dat de lamp vervangen gaat worden. Hebben andere lampen dezelfde branduren? Dan weet je dat de rest binnenkort ook de geest gaat geven en is het efficiënter om ze allemaal tegelijk te vervangen.”

Hoe wordt een pand smart?

Om gebouwen smart te maken zijn volgens hem drie stappen van belang. “Ten eerste moet er in een gebouw een neuraal netwerk aanwezig zijn dat met sensors registreert, communiceert, stuurt en van zowel objecten als mensen altijd real time weet waar zij zich bevinden in het gebouw. Vervolgens is een operating system vereist – vergelijkbaar met Windows voor je laptop – waarin data kan worden opgeslagen en verwerkt. Applicaties ten slotte, voeren taken uit. Denk bijvoorbeeld aan de bediening van verlichting, het vinden van collega’s en het inzichtelijk maken van hoe een gebouw gebruikt wordt.”

Slimme gebouwen zien we vooral in de business-to-businessmarkt, zoals in kantoren en in mindere mate bij woningen. De appartementen die slim zijn kennen toepassingen als klimaatregeling en verlichting die zijn afgestemd op de bewegingen van de bewoner en diens persoonlijke voorkeuren.

Toekomstige ontwikkelingen

Nederland loopt internationaal gezien voorop met de ontwikkeling van smart buildings, zegt Kok. Als voorbeeld noemt hij het Amsterdamse gebouw The Edge, een slim gebouw waarvoor vanuit het buitenland veel interesse bestaat. “Onze inzet is noodzakelijk voor toekomstige ontwikkelingen. Wereldwijd consumeren gebouwen dertig procent van de energie. Smart buildings kunnen een belangrijke bijdrage leveren in het omlaag brengen van dit percentage en hand in hand met gebruikers helpen efficiënter te werken. Een voordeel is dat dit soort slimme oplossingen ook eenvoudig in bestaande bouw is toe te passen.”

Kok ziet in de toekomst ontwikkelingen in smart mobility en smart buildings samenkomen. Zo wordt het steeds beter mogelijk om bewegingen van mensen en patronen hierin te monitoren en te beïnvloeden. “Als je weet hoe mensen zich bewegen kun je bijvoorbeeld vergaderingen en hun locatie veel efficiënter inplannen, met zo min mogelijk reistijd voor alle gesprekspartners. Dat leidt tot minder bewegingen.”

Om de introductie en opmars van smart buildings te laten slagen moet er volgens Kok wel sprake zijn van open systemen. Hiermee bedoelt hij dat niet alle technologie van één partij moet komen, maar dat kennis en oplossingen koppelbaar moeten zijn en door iedereen te gebruiken. Alleen dan kunnen smart buildings volgens hem functioneren en ons leven comfortabeler maken.