Else Veldman
Manager Innovatie Enexis

Het netwerk is momenteel nog ingericht op de situatie waarin elektriciteit van de centrale naar woonwijken moest worden geleid, zegt ze. “Maar nu zijn er nieuwe vormen van aanbod, zoals windenergie en zonne-energie. Daarnaast neemt het gebruik van elektriciteit en met name de vraag tijdens piekmomenten toe. Al deze ontwikkelingen vereisen een slimmere benadering.”

Spreiden

Om te zorgen voor balans en verlichting van het elektriciteitsnet moeten vraag en aanbod dus beter op elkaar worden afgestemd, meldt ze. “En als we dat ook lokaal doen, hoeft de elektriciteit niet te worden getransporteerd. Een verandering is nodig. Voorheen werd het aanbod van elektriciteit de vraag. Dat kan ook andersom. Een voorbeeld zijn zonnepanelen. Als de zon schijnt is het mogelijk om meer elektriciteit te gebruiken en dus is ’s middags de wasmachine laten draaien een optie. Daarnaast valt te denken aan het ’s nachts opladen van de elektrische auto, als het net minder wordt belast. Dankzij ICT-toepassingen is de stroom beter te spreiden over het netwerk”, vertelt Veldman. Deze smart grids zijn volgens haar noodzakelijk om de capaciteit ten volste te benutten. “Hierdoor kunnen enorme investeringen voor uitbreiding van het net, zoals meer kabels in de grond, worden beperkt.”
Onder smart grids vallen ook slimme huishoudelijke apparaten. Wasmachines bijvoorbeeld, die communiceren met een energiecomputer in huis zodat ze kunnen draaien op dalmomenten waarin het energietarief lager is en er bijvoorbeeld veel aanbod is dankzij zonnepanelen, zo meent Veldman. “De wereld verandert, maar het is nog de vraag in welk tempo smart grids worden gerealiseerd. Een deel ligt bij burgers en hun bereidheid om hun gedrag aan te passen en elektriciteit op een andere manier te gebruiken. Veel hangt ook af van hoe snel de ontwikkelingen gaan. Denk bijvoorbeeld aan de toepassing van duurzame bronnen, zoals zonnepanelen. Maar ook de mate waarin mensen elektrische auto’s gaan rijden. Dat zijn zaken die lastig te voorspellen zijn.”

Pilot

Inmiddels draaien er pilots in drie verschillende wijken waarin de deelnemers anders met energie kunnen omgaan onder het mom Jouw Energie Moment. In wijken in Zwolle en Breda gebruiken bewoners van 250 koop- en huurwoningen (appartementen, rijtjeswoningen en twee-onder-een-kapwoningen met zonnepanelen) een energiecomputer waarop zij via een display een dynamisch energietarief zien. Deze tarieven kunnen zij 24 uur vooruit bekijken. Zodoende kunnen de bewoners zien wanneer het gunstig is om energie te gebruiken. “Met behulp van de energiecomputer is in te stellen dat de wasmachine in een bepaald tijdsbestek zelf het goedkoopste tarief uitzoeken. Metingen moeten uitwijzen hoe men in deze woningen met energie omgaat.” De pilots lopen tot begin 2015 en creëren bewustzijn, denkt Veldman. “De bewoners krijgen meer inzicht in hun energieverbruik.”

Investeren en samenwerken

De transitie die Veldman schetst vereist volgens haar wel een goede samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en burger. “Technisch is alles mogelijk. Enerzijds moeten we ons aanpassen aan de wens vanuit de maatschappij. Tegelijkertijd bieden dergelijke pilotprojecten mensen wel opties die ze nooit hebben overwogen maar die slechts een geringe gedragsverandering vragen. Als Nederland de transitie maakt, moet natuurlijk de hele markt hierop worden ingericht. Bovendien komen er nieuwe spelers op de markt. Dat zijn ingewikkelde processen. Een transitie vereist de nodige investeringen, onderzoek en innovaties. Best veel, maar smart grids zijn zeker noodzakelijk.”