Henry Meijdam

Directeur Interprovinciaal overleg (IPO) en secretaris IPO-bestuur

Provinciaal samenwerken                    

“Provincies zijn onderdeel van de samenleving die druk aan het digitaliseren is. Als provincies kunnen wij dus niet achterblijven. Door digitalisering toe te passen, kunnen wij onze kerntaken beter vervullen. Ook kunnen wij veel transparanter en sneller naar de samenleving reageren. Zo wordt er in de provincie Drenthe luchtfoto’s gemaakt om het aantal asbestdaken in beeld te brengen.

In 2014 is hier een verbod op gekomen en door data op deze manier te gebruiken, kunnen wij veel efficiënter optreden. In Gelderland en Overijssel waar de Boswet van kracht is, wordt via satellietdata verzameld om boskapping tegen te gaan.

De IPO heeft een aantal rollen bij de digitalisering van de provincies. Wij zijn een belangenorganisatie en vertegenwoordigen de provincies bij de rijksoverheid en in Europa. Daarnaast zijn wij een kennisplatform en maken overzichtelijk welke initiatieven en good practices er allemaal op het gebied van digitalisering zijn, zodat provincies sneller zelf stappen kunnen maken.

De komst van de Omgevingswet is de grootste uitdaging op het moment voor de provincies

Het IPO heeft een eigen digitale agenda dat als doel heeft om provincies met elkaar effectiever en efficiënter te laten samenwerken. De komst van de Omgevingswet is de grootste uitdaging op het moment voor de provincies. Deze wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Dit vereist dat er een complex digitaal stelsel wordt gebouwd waarin veel informatiestromen door verschillende partijen worden aangeleverd.

Het bureau ict toetsing raadt aan om dit langzaam uit te bouwen in plaats van een blauwdruk te maken waar je op termijn in verdrinkt. Naarmate er steeds meer gevoelige data uitgewisseld kan worden, is het ook belangrijk om goed na te denken over veiligheidsstandaarden zodat alle informatie niet gehackt kan worden.”

Zef Hemel

Bijzonder hoogleraar grootstedelijke vraagstukken op de Wibautleerstoel aan de Universiteit van Amsterdam 

Het nieuwe samenwerken

“De besluitvormingsmachine van veel overheden is volledig dolgedraaid en moet terug naar de realiteit. De wereld is nu zo complex dat de hiërarchische en gesegmenteerde organisatiestructuur van de overheid niet langer functioneel is. Overheden moeten veel beter luisteren naar wat er speelt in de samenleving en de complexiteit van de wereld van burgers accepteren. Burgers willen gehoord worden. Er is behoefte aan een nieuwe democratie.

Bij mijn aantreden als Wibauthoogleraar zijn we gestart met de leergang ‘De Nieuwe Wibaut’, een pilot voor ambtenaren om een nieuwe manier van werken binnen de gemeente Amsterdam te beproeven. Ook ambtenaren van buurgemeenten namen deel. We hebben de deelnemers maximale vrijheid gegeven en alle verschillende disciplines, taken en bevoegdheden bewust genegeerd. Buiten wekelijkse intervisiebijeenkomsten verlieten de ambtenaren letterlijk hun kantoren en stopten met het maken van beleid.

Zij ontwikkelden belangrijke competenties die nodig zijn om beter te acteren: luisteren, van buiten naar binnen denken, improviseren, verbinden, dialogen aangaan, ondernemerschap tonen, in partnerschap werken, creatief denken, innoveren. Deze aanpak werkte verrassend goed en van de 260 deelnemers zijn er slechts twee afvallers geweest. Toch blijkt dat overheden over het algemeen deze manier van werken nog moeilijk vinden; echte verandering vindt pas plaats als de noodzaak van veranderen op niveau van gemeenteraden en provinciale staten wordt erkend.

Er is behoefte aan een nieuwe democratie.

Ik ben overigens heel positief over hoe de gemeenten ten noorden van het Noorzeekanaal nu met elkaar samenwerken. Daar is vanaf 2005/2006 een nieuwe dynamiek in de samenwerking ontstaan die veel energie geeft. Ook bij de gemeenten in Amstel- en Meerlanden zie ik nieuwe dynamiek. Hun samenwerking is niet van bovenaf afgedwongen, alle raden organiseren regelmatig gezamenlijke sessies over de toekomst van hun deel van de metropool.

Deze open manier van met elkaar omgaan is ook het kenmerk van digitale platforms zoals Wikipedia en Facebook: niet hiërarchisch, interactief, flexibel, improviserend, kleine fouten makend en snel leren.”

 

Irma Woestenberg

Gemeentesecretaris gemeente ‘s- Hertogenbosch

Gemeentelijk samenwerken

 “Overheidsinstanties kunnen ervoor zorgen dat zij beter gaan samen werken als het gaat om maatschappelijke vraagstukken door bepaalde digitale administratieve werkprocessen te vereenvoudigen. We moeten in kaart brengen wat voor mogelijkheden de techniek hiervoor biedt en zorgen dat we allemaal dezelfde werkwijze hebben.

Zo zijn wij met 15 gemeenten bezig om het proces omtrent de aanvraag van een bijstandsuitkering helemaal opnieuw te ontwerpen, te standaardiseren en zo gebruikersvriendelijk mogelijk te maken. Nu zijn wij als gemeenten nog niet in staat om de gegevens uit te wisselen als iemand met een bijstandsuitkering verhuist naar een andere gemeente.

Ook de uitwisseling van informatie tussen overheidsinstanties zoals bijvoorbeeld het UWV en de belastingdienst moet makkelijker. Dat geldt voor alle administratieve processen waar de gemeente zich mee bezighoudt. Er zijn 388 gemeenten en die werken nu allemaal op een andere manier. Dat is niet doelmatig, zeker als het gaat om het uitwisselen van gegevens.

Er zijn 388 gemeenten en die werken nu allemaal op een andere manier.

We moeten als overheid bij wettelijke taken die we allemaal moeten doen op één en dezelfde manier werken en met één gezicht naar bewoners en bedrijven optreden. Om dit proces te versnellen, overheden te verbinden en een efficiënte en kwalitatieve dienstverlening te realiseren, is door gemeenten samen met de VNG de taskforce Samen organiseren opgezet.

In de praktijk houdt dit in dat wij als gemeenten gezamenlijk projecten oppakken op het gebied van dienstverlening, ICT en digitalisering. Er wordt veelal positief op de taskforce gereageerd. De digitale mogelijkheden staan het toe om deze samenwerking gestalte te geven. “