Wie denkt aan smart cities zegt al gauw “smart grids” en “big data”. Energieneutralere steden en informatietechnologie die zich in rap tempo ontwikkelt. Maar er is veel meer aan de hand in de snel veranderende steden, vertelt Hermans. “Smart city is een ontzettend breed begrip en varieert van  slim wonen, slim werken en smart energie tot bijvoorbeeld slim transport en slimme openbare ruimten. In het kort komt het uiteindelijk neer op een betere aansluiting tussen de wereld binnen en buiten de stad, die onder meer is te danken aan veranderingen in structuren (infrastructuur, eigendomsstructuur, technologie), actoren (formele en informele posities die mensen innemen) en beschikbaarheid van hoogwaardige informatie (contextueel betekenisvolle data). Hierdoor nemen mensen andere beslissingen wat een stad in fundament zal doen veranderen.”
De burger wil en kan steeds meer op eigen kracht dingen doen, vervolgt hij. “Die laat zich niet meer leiden door woekerpolissen, banken en grote energiebedrijven. Mensen gaan steeds meer zaken zelf organiseren. Waar buurtbewoners vroeger wellicht een speeltuin opzetten, ontstaan nu steeds vaker meer complexe en meer structurele samenwerkingsinitiatieven zoals energiecoöperaties, buurtwachten en het gemeenschappelijk aanschaffen en beheren van tuingereedschap, waarbij in de huidige ontwikkeling ook andere lokale actoren zoals bedrijven en woningcorporaties meeveranderen. Deze veranderende opstelling van mensen in een stad komt mede voort uit de ontwikkelingen in technologie. Actoren en structuren gaan steeds meer op elkaar reageren op een lager beslissingsniveau.”

Ondermijning

De toenemende behoefte aan ‘zelforganisatie’ wordt volgens de onderzoeker nog wel beperkt door bestaande structuren. Een particulier die met zonnepanelen een surplus aan energie creëert en dit op eigen houtje wil verhandelen met de buurtjes bijvoorbeeld, kan dit momenteel niet vrijelijk doen als gevolg van de nog oude structuur van de energiemarkt. “En dat terwijl recources slimmer, en naar eigen inzicht, zijn te verdelen. Je ziet de wil tot zelforganisatie ook in de opkomst van volkstuintjes; mensen willen zelf bepalen en zeker zijn van de groente die ze op hun bord krijgen. Ze delen in die gevallen de heggeschaar en in grootschaligere initiatieven dus ook stroom.”
Oude structuren worden soms ondermijnd als gevolg van nieuwe ontwikkelingen. Hermans illustreert het met de opkomst van taxiservice Uber. De taxi, besteld via de app, kan een relatief professionele chauffeur hebben maar ook een driver die zich onlangs met zijn eigen auto heeft aangemeld. “Niet leuk natuurlijk voor de reguliere taxibranche, maar het is wel bij uitstek een voorbeeld van de neiging tot zelforganisatie en zelfregulering. Naar verwachting ontstaan er binnen afzienbare tijd ook modellen voor particulieren die met hun zelfopgewekte energie de vrije markt op willen. De oude structuur daarvoor volstaat niet meer.”

Gedeeld belang

In de smart city zien we ook de opkomst van gedeeld belang. Gedeelde bezittingen hebben de toekomst volgens Hermans. Een kleinschalig voorbeeld zijn Nederlandse straten waarin burgers met behulp van de gemeente, die in gereedschap voorziet, de groenvoorziening aanpakken. Het is een nieuwe manier van organiseren, met gelijke belangen. “Een ander voorbeeld is Wijkbedrijf Bilgaard in Leeuwarden. Een deel van de bewoners van deze wijk is naast de woningcorporatie aandeelhouder van de wijk, waardoor er een kleine economie ontstaat en geld terugvloeit in het eigen bedrijf. In Spanje gaan ze nog een stapje verder en zijn burgers zelfs aandeelhouder in grote delen van de steden zelf.”
Wageningen kent een initiatief van onder meer de gemeente, banken, het bedrijfsleven en huishoudens om gezamenlijk woningen energieneutraal te maken. “Daaruit moet een standaardoplossing rollen die ook kan dienen in andere straten en wijken. Zelforganisatie zorgt er niet alleen voor dat mensen spontaan bijeen komen, lokale actoren kloppen ook in toenemende mate aan bij de gemeente. Hieruit ontstaan weer nieuwe structuren. Dergelijke initiatieven hebben de toekomst. Al zullen ze niet overal even simpel zijn te realiseren. In gebieden waar de cohesie nul is, wordt het moeilijk.”

Botsing

Hoewel er een positieve werking van gedeelde bezittingen en dus belangen uitgaat, gaan initiatieven nog niet overal even vlot uit de startblokken. “Gemeenten hebben er soms
grote moeite mee dat de burger participeert en geven niet graag bepaalde taken, en dus de regie, uit handen. Daar waar structuren ouderwets en bepalend zijn, zoals bij gemeenten en in de energiemarkt, is vernieuwing naar een slimmere stad soms een traag proces.”
In de praktijk kennen traditionele structuren vaak nog afwijkende belangen en botsen ze met nieuwe. “De digitale energiemeterkast -of slimme meter- die iedereen binnenkort krijgt, toont zo’n botsing en is een vernieuwing die voortkomt uit de oude structuur. Het is een geschenk, maar particulieren met zonnepanelen ervaren momenteel nog geen baat bij de slimme meter omdat men verwacht dat de belastingwetgeving voor zonnestroom waarschijnlijk ongunstig verandert. Wat volgt is een competitie tussen oude en nieuwe structuren. Het is juist bevorderlijk als beide werelden eenzelfde nieuwe richting krijgen.”