Anneke van der Ven
Senior adviseur Sociale Zorg bij Movisie

De Sociale wijkteams zijn hot en innovatief omdat er als gevolg van de decentralisatie steeds meer wijkgericht gewerkt wordt nu er meer taken bij de gemeente zijn komen te liggen. Gemeenten zijn op zoek naar een manier om te bepalen of iemand wel of geen zorg nodig heeft.” Van der Ven stelt dat veel gemeenten al medewerkers hadden die in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en daarnaast soms Jeugd en Gezin, de zorgvraag inventariseerde, maar dat deze gemeentes dit jaar vaak overstappen naar een sociaal wijkteam. “Niet elke gemeente doet dat. Het is een vrije keuze. Uit een eerder door Movisie uitgevoerd onderzoek onder 224 gemeenten bleek dat tachtig procent van hen al werkt met sociale wijkteams.”

Nieuwe manier van werken

Sociale wijkteams kunnen sterk van elkaar verschillen. “Soms bestaat een team uit veel specialisten, maar het kan ook een heel klein team betreffen. Zowel de vorm als de opdracht kunnen verschillend zijn en daarnaast heeft een sociaal wijkteam vaak een andere naam zoals; sociaal team of coachteam.” Een sociaal wijkteam is een sociale innovatie, ontstaan door nieuwe wet- en regelgeving. “Het dwingt gemeenten om anders te kijken en te beoordelen, en dat leidt tot een nieuwe manier van werken. Op dit moment geldt dat dit vanuit een integraal werkend team plaatsvindt, waarbij de samenwerking en de werkwijze veel beter is.” De aanvrager van hulp is hierin veel meer de regisseur van het eigen plan. Men wordt gestimuleerd zelf na te denken over mogelijke andere oplossingen dan professionele zorg. Daarnaast is het natuurlijk belangrijk om bij te houden of de geboden zorg het gewenste resultaat geeft. “Bij iemand met dementie zal de zorgvraag alleen maar toenemen, hoewel de zorg vanwege genezing bij iemand met een psychische aandoening op termijn naar beneden bijgesteld kan worden omdat iemand aan het genezen is. Wijkteams houden dat bij in digitale dossiers die in sommige gevallen ook door de cliënt ingezien kunnen worden.”

Vrije invulling teams

Hoewel gemeenten zich aan de nieuwe wetgeving voor Wmo, Jeugd en Participatie dienen te houden, is de invulling dus vrij. “De toegang naar hulp kan daardoor sterk verschillen. Zelfredzaamheid staat voorop; dat kan dus ook betekenen dat wanneer iemand een beroep doet op vrijwillige zorg, er geen professionele zorg komt. Het indicatieprincipe is veelal losgelaten. Men werkt nu niet meer met een afvinklijstje, maar gaat het gesprek aan met de aanvrager en is gericht op wat men nog wel kan in plaats van wat men niet meer kan. Er blijft sprake van lokale verschillen, maar als er echt hulp nodig is komt die er ook. Sociale wijkteams zijn er zeker niet om mensen hulp te onthouden.”

Sociale digitalisering

Van der Ven vertelt dat er steeds meer innovatieve apps op de markt komen die de regie van de zorgvrager ondersteunen. “Zo is er ‘Levenskracht’, een app die in beeld brengt hoe een cliënt geholpen wilt worden en waar deze gericht kan werken aan bepaalde doelen. Dat betekent meer verantwoordelijkheid voor de cliënt en over het algemeen wordt dat als positief ervaren. Er bestaan tal van initiatieven om elkaar te helpen, voorbeelden daarvan zijn ‘mijnbuuf’ en het ‘maatjes’ project waar vrijwilligers mensen met een zorgvraag helpen. Dat kan gaan om het doen van boodschappen, de hond uitlaten, de tuin bijhouden of iemand gezelschap houden.”

Casuïstiekbespreking

“Gezien de nieuwe manier van werken is het belangrijk om te kunnen leren op een eigen gekozen tijdstip” stelt van der Ven. “E-learning leent zich daar goed voor. Sociale teams zijn erg zoekend naar het efficiënt kunnen bespreken en verder brengen van casussen die zij onder hun hoede hebben. De e-learning module traint medewerkers van wijkteams in twintig minuten en vier stappen een casus gestructureerd en effectief te bespreken. Daarnaast levert het tips op met betrekking tot hoe men in het eigen team de casuïstiekbespreking kan verbeteren. E-learning kun je op een zelfgekozen tijdstip doen met het hele team.”