Kees van Rooij
Burgemeester Horst aan de Maas

“De kern van de zaak is de mensgerichte aanpak”, stelt Van Rooij. “Eerder stond de zorgvraag centraal en niet de persoon. Nu bekijken we problemen meer in perspectief, stimuleren we wat iemand zelf nog kan en bieden we oplossingen op maat.” Voorheen claimde iemand met een mobiliteitsprobleem al snel een scootmobiel. Nu met maatwerk gaan we op huisbezoek en kan blijken dat iemand minder mobiel is door overgewicht. De zorgvrager is veel beter geholpen met een elektrische fiets, zodat hij meer beweegt. “Die fiets zit niet in het zorgpakket, maar wij gaan daar nu toch voor. Mensen met gelijke problemen bieden we verschillende oplossingen, die we afstemmen op de eigen situatie.”

Maatwerk vereenvoudigen

De behoefte aan alternatieven blijkt groot bij de inwoners. In ongeveer 40 procent van de zorgvragen  is er een andere oplossing ingezet dan voorheen. En dat biedt ook de gemeente voordelen. Van Rooij: “Het aantal bezwaarschriften dat we sindsdien hebben gekregen, is gehalveerd. Elders horen we juist van een explosieve toename van het aantal bezwaarschriften.”
Efficiënter werken doet de gemeente ook door maximale inzet op digitale mogelijkheden. Het idee is: automatiseren waar kan, waardoor, tijd en ruimte vrij komt voor maatwerk.  “Met ict kom je dichter bij de burger”, aldus Van Rooij.

Overheidsparticipatie

Naast de burger heeft ook het bedrijfsleven een prominente rol gekregen. Van Rooij: “We laten bedrijven  meedenken over hoe we mensen weer actief aan de slag kunnen krijgen. De expertise zit in de markt, niet bij ons.” Een voorbeeld hiervan is een ondernemer, die via maatschappelijke projecten mensen laat doorstomen naar reguliere banen. En ook bij het verenigingsleven zijn er initiatieven die de gemeente ondersteunt.
Van Rooij kijkt eigenlijk al over burgerparticipatie heen. Hij spreekt van overheidsparticipatie. “De samenleving moet de leidende rol krijgen, de overheid faciliteert. Een zelfde houding vanuit het rijk naar gemeenten zou welkom zijn. Geef de gemeenten de ruimte voor hun eigen aanpak en probeer het niet vanuit den Haag dicht te regelen.”