“In mijn proefschrift concludeer ik dat we misschien beter kunnen spreken van ‘wijs’ in plaats van slim. Slim klinkt wat gladjes, waar een wijze overheid veel meer over het vermogen tot reflectie beschikt. En juist dat laatste is één van de belangrijkste kenmerken van smart government; een begrip dat veel verder voert dan technologie. Al is dat ook heel belangrijk. Een echt wijze overheid gebruikt al haar intelligentie, kennis en doe-kracht, en faciliteert partijen rondom een maatschappelijk probleem om tot een oplossing te komen. Reflectie en actie zijn de kernpunten. Misschien dekt “wijs” daarom niet eens de hele lading, omdat wij ook meer handelingsbekwaam moeten worden.”

Leeromgeving

“In de discussie over een slimme overheid bestaat er al voldoende aandacht voor de technische innovaties, en zijn de voordelen van de digitale overheid en de kansen van big data inmiddels bekend. Helaas bestaat er in de praktijk minder aandacht voor sociale innovatie. Dit houdt in: ervoor zorgen dat burgers en professionals zich in een omgeving bevinden waarin problemen heel gericht gezamenlijk worden opgelost, en waarin  daadwerkelijk massaal gebruik gemaakt wordt van technologische innovaties en big data. In mijn vorige functie bij de Jeugdbescherming uitte die benadering zich bijvoorbeeld in de aanpak van multiprobleemgezinnen. In Amsterdam startten we in een leeromgeving met de begeleiding van één gezin en een team van verschillende - voor die situatie relevante - professionals die hen de problemen hielpen aanpakken. Na dit succes is de werkwijze stap voor stap breder ingevoerd en doorontwikkeld. Uiteindelijk leidde dit tot vijftig procent minder ondertoezichtstellingen.”

Gemankeerd innoveren

“Momenteel staat de wijze overheid nog maar aan het begin van haar ontwikkeling. Hoewel er door veldpartijen op diverse terreinen enthousiast wordt geëxperimenteerd is er nog vaak sprake van ‘gemankeerd innoveren’. Er wordt nog veel top down vanuit ivoren torens bedacht. Hoewel ik veel positieve energie tegenkom, (de neiging en wil om te leren en ook zeker de wens om van onderop te werken), blijft de vraag: Waarom verspreiden beschikbare innovaties zich niet sneller? Iedereen is het er bijvoorbeeld over eens dat we er minder regels en lasten op na moeten houden. Waarom gebeurt het dan nog zo weinig? Waarom wordt er nog niet vaker over schotten heen gekeken en gewerkt? De oorzaak ligt grotendeels in het feit dat we nog te weinig gemeenschappelijk leren. Om een bepaald gewenst gedrag duurzaam te realiseren moeten wij het ons eerst eigen maken. Een wijze overheid komt niet binnen handbereik met een paar trainingen. Vaak zien we dat er op de werkvloer te weinig tijd is voor een andere werkwijze.”

Verbinding

“Dat is onder meer te zien in onze wijkteams. Er wordt te weinig geleerd, afgezien van de experimenten die zo nu en dan worden uitgerold. Meestal wordt er te weinig tijd genomen om op situaties te reflecteren en daarvan te leren. Daarnaast denk ik dat er nog veel winst te boeken is in de verbinding tussen gemeenten en uitvoeringsorganisaties. Hun verhouding is vaak nog te kenmerken als een wij-zij situatie. Er dient een betere relatie te ontstaan tussen beleid en uitvoering. Er is absoluut energie en innovatiedrift aanwezig, en er kan veel meer moois ontstaan als de systeemwereld beter luistert naar de leefwereld en deze de laatste minder aanschopt tegen de eerste. Met kennis op zak over uitvoering zie ik het in mijn nieuwe functie als onderdeel van mijn opdracht, passend in de ambities van het ministerie van VWS, om de komende jaren een bijdrage te leveren aan de betere verhouding tussen beleid en uitvoering. Dat is best pittig en vergt wel enige tijd.”