Albert Meijer
Hoogleraar Publieke Innovatie bij de Universiteit Utrecht

“Over Stupid City zul je niet snel iemand horen. Wat dat betreft is Smart Government een prettig hoera-begrip. In de literatuur komen twee aspecten voor een definitie steeds terug: slim gebruik van technologie en slimme samenwerking. De waarde ligt in het effectief aanpakken van problemen en het vergroten van legitimiteit en betrokkenheid bij burgers; eigenlijk twee oude hippie-idealen. Die beloftes klinken neutraal, maar zijn dat niet. Als je zoekt naar betrokkenheid van burgers op het gebied van veiligheid blijkt dat vooral de wat oudere, blanke man aan te trekken. Als je ijvert voor meer elektrische auto’s, richt je je alleen op mensen die genoeg geld hebben voor een auto. Ik spreek zelf daarom liever van de ‘datapolis’, waarin politieke keuzes, die wel degelijk schuilgaan achter de slimme oplossingen, expliciet gemaakt worden.

Op sommige terreinen worden overigens mooie resultaten geboekt. Bijvoorbeeld de smart grid, waarbij opwekking van energie wordt gekoppeld aan de afgifte. Het project 'Verbeter de Buurt' zorgt ervoor dat burgers meldingen kunnen doen van kapotte tegels of lantaarnpalen, en er zijn ook voorbeelden waarbij een breed publiek betrokken wordt bij het democratisch proces. In Amsterdam heb je een app die een deel van de weggebruikers een alternatieve route geeft, zodat uiteindelijk niemand in de file staat en iedereen sneller thuis is.

Tegelijkertijd is het de vraag hoe het zich zal ontwikkelen. Beschreven in uitersten kan het eigenlijk twee kanten op: ofwel je krijgt een heel paternalistische staat, waarin alles vanuit de overheid geregeld is. Criminelen worden opgepakt nog voordat ze iets gedaan hebben en burgers worden voorzichtig gestuurd richting wenselijk gedrag – terwijl voor mensen onzichtbaar is hoe alles in elkaar steekt. Het andere uiterste is de burgerstaat, waarin de burger alles zelf bepaalt, onderling deelt en regelt. Daar is ook een risico: kan dat zonder groepen uit te sluiten? Zijn er niet altijd mensen die dan minder bescherming genieten dan anderen? Tussen die twee zul je een balans moeten vinden.”



Erik Prins
Sectorhoofd Middelen in Zaanstad

“In Zaanstad hebben we net een informatiestrategie vastgesteld, waarin drie speerpunten centraal staan: een slimme overheid, informatiegestuurd werken en de gelijke informatiepositie van burgers en overheid. Hoewel de wereld snel verandert en veel dingen in de toekomst ongewis zijn, liggen er wel kansen in alle ontwikkelingen. Daar moet je op inspringen. Dat is een ontdekkingstocht, maar dat is niet erg. Al doende leer je.
De opgave voor de stad, dat is steeds de basis. Daaruit leidt je af waarin je moet investeren. Maar het gevolg is ook dat je beter kunt plannen. Naast het materiële kapitaal – wegen of andere elementen van de openbare ruimte – is data cruciaal voor andere beleidsvelden. Een circulaire economie verlangt data over het bezit, het gebruik en de afvoer van grondstoffen. Beschikbare data rondom zorg en maatschappelijke ondersteuning kunnen verhoogde risico’s op geweld in gezinnen voorspellen en sturend zijn voor interventies. Natuurlijk moet je daar zeer zorgvuldig omgaan. Iedereen is daarvan doordrongen, maar het kan je helpen.

Een belangrijke voorwaarde voor het slagen van een slimme overheid is moed. Van oudsher kijkt een overheid sterk naar wat er niet kan. De regels zijn diffuus en er is betere jurisprudentie nodig zodat de grenzen helder worden. De crux is dan: alle betrokken partijen meenemen in de plannen. En als het misgaat, moet je daar ook over praten.
In de toekomst voorzie ik vooral een discussie over de vraag: wat doe je als gemeente en wat laat je over aan de markt? Wat is echt nuttig, wat is niet nodig en wat is zo interessant dat marktpartijen er ook een rol in kunnen spelen?

Maar wanneer het gaat over het gebruik van persoonsgegevens, dan ligt het eigendom op de eerste plaats bij de burger zelf en mag er van de overheid verwacht worden dat zij de privacy van haar burgers altijd zal beschermen. Een oprecht risico is in mijn ogen cybercriminaliteit. Virusbeschermers werken maar tot op zekere hoogte en servers met data staan steeds minder vaak in het eigen stadhuis. Ik ben er voorstander van om samen afspraken te maken over beveiligingsprotocollen die leveranciers moeten gebruiken. Hoe je dat vormgeeft, dat kan per gemeente verschillen, maar laten we wel dezelfde hoge normen en regels hanteren.”



Donovan Karamat Ali
Coördinator open data bij de gemeente Utrecht

“Smart Government gaat voor mij over manieren waarop wij als gemeente betere dienstverlening bereiken en slimme oplossingen voor de stad kunnen bedenken. Datagedreven sturing, noemen we het in Utrecht. Een van de resultaten is dat we meer bereiken met minder middelen. Neem ons project met weesfietsen. Voorheen stuurden we daarvoor standaard twee handhavers naar een wijk. Nu wordt eerst met historische data bekeken op welke plekken die weesfietsen zijn opgehaald. Dan zie je dat voornamelijk rondom het station veel fietsen staan en weinig in de wijken. Zo halen we meer fietsen op, met minder capaciteit. In andere gevallen combineren we data. Er is bijvoorbeeld lang gedacht dat daar waar meer lantaarnpalen staan, minder wordt ingebroken. Data laten zien dat die relatie er niet is. Daarentegen wordt in wijken waar kliko’s buiten de deur staan, wel meer ingebroken. Daar moeten we ons dus op richten, en dat doen we ook: handhavers gaan langs de deuren om mensen te informeren. Met als gevolg minder inbraken.

We hebben gemerkt dat een korte cyclus, met meten, interveniëren en snelle feedback, het beste werkt. Op deze manier weet je wat er gebeurt in de stad en kan je daar snel op inspelen. Onze aanpak bestaat uit pilots, experimenten en kleine stapjes. Natuurlijk is privacy heel belangrijk. Binnen de grenzen van de wet kun je best experimenteren: bij de gemeente hebben we een privacyfunctionaris die steeds kijkt naar de risico’s en privacyvraagstukken.
De gemeenteraad in Utrecht speelt hierbij overigens een belangrijke rol: die heeft van begin 2015 tot eind 2018 2 miljoen euro per jaar vrijgemaakt voor datagedreven sturing. Elk organisatieonderdeel voert twee pilots uit, en dat werkt als een olievlek. Er lopen al dertig pilots. Nu breekt de fase aan waarin we dat moeten borgen in de rest van de organisatie. Om deze andere manier van denken en werken te implementeren zal je ook mensen moeten opleiden, of specialisten moeten aantrekken van buiten en dat doen we beiden. Ik zeg weleens: het klinkt misschien als een datafeestje wat we hier in Utrecht doen, maar het is bittere noodzaak. De maatschappij verandert enorm snel en als gemeente moeten we daarop inspelen. Als je de kans hebt om meerwaarde voor de stad te creëren, dan mag je die niet laten liggen.”



Josien Pieterse
Directeur Netwerk Democratie

“Het doel van Netwerk Democratie is om burgers beter met elkaar te verbinden en om de lijn tussen overheid en burger te versterken, zodat vertegenwoordigers verantwoordelijk gehouden kunnen worden. Daarvoor is transparantie en eigenaarschap bij burgers van data nodig. ‘Smart’ gaat over het verbeteren van processen of het invoeren van technologische vernieuwingen. Voor mij is het dus vooral: hoe kan de overheid alles inzetten om haar burgers zo goed mogelijk te representeren en betrokkenheid bij mensen te creëren, maar ook; hoe kunnen burgers zichzelf zo goed representeren en via technologie beter een bijdrage aan besluitvorming kunnen leveren.

Experimenteren

In eerste instantie vinden wij dat alle data binnen het politieke kader openbaar moet zijn. Wie stemt wat in de Tweede Kamer, in de gemeenteraad, in de Provinciale Staten: het is een fundamenteel recht om die in te kunnen zien. Informatie die de staatsveiligheid in gevaar brengen is de enige uitzondering.
Het maatschappelijk veld ontwikkelt nog onvoldoende toepassingen met open data die echt ter versterking van besluitvorming en democratie kunnen werken. Nederland zou er veel meer mee kunnen experimenteren. Dan heb je het dus over het verzamelen van informatie door burgers, het koppelen aan bestaande data, het agenderen van issues, het bemoeien met allerlei thema’s en het creëren van achterban en draagvlak.

Kritische vragen stellen

We moeten niet uit het oog verliezen dat data over mensen gaat. Ik begrijp dat er momenteel heel wat gemeenten zijn die ‘data-driven’ willen worden. Mij lijkt het van belang dat een overheid altijd ‘citizen-driven’ blijft, en kijkt hoe zij zo goed mogelijk naar mensen kan luisteren. Data moet je altijd combineren met context – als je het los gaat zien van de mensen die erachter zitten, creëer je nieuwe problemen. Daarbij komt dat burgers die geen expert zijn, ook moeten leren wat je wel en niet met data kan. Ook niet-experts moeten kritische vragen kunnen stellen en leren interpreteren. Daar moeten we op jonge leeftijd mee beginnen. Als kinderen leren programmeren, kunnen ze begrijpen hoe de grote bedrijven die nu de markt bepalen te werk gaan en zelf alternatieven ontwikkelen. Dat maakt hen de onafhankelijke en mondige burgers die in de toekomst heel nodig zijn.”