“Er gaat veel veranderen binnen gemeenten. Er komt meer balans in traditionele taken (zoals volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en beheer) en taken in het sociale domein die altijd over meerdere overheden als rijk en provincie waren verdeeld, zoals de jeugdhulp en zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking die thuis wonen en beschermd wonen. Vanaf 1 januari zal er meer evenwicht zijn tussen harde en zachte taken bij gemeenten. Mijn droom is dat het in de toekomst beter wordt voor de burger en dat deze te maken krijgt met minder loketten. Een lastige opgave, gezien de bezuinigingen. Maar niet onmogelijk. Het vergt alleen veel van de flexibiliteit en creativiteit van gemeenten.”

Wisselwerking

“Samenwerking is daarbij cruciaal. Regionaal kent deze verschillende vormen. Logisch, aangezien economische en sociale ontwikkelingen zich eigenlijk nooit meer in één gemeente afspelen. Gemeenten gaan veel meer verbinding zoeken en samenwerken want onafhankelijk en alleen opereren is niet de toekomst. Daarom werken kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheid samen ten behoeve van innovatie, zoals in de Amsterdam Economic Board. Ook gemeenten onderling doen dat meer. Een voorbeeld is Meerlanden, een gemeenschappelijk bedrijf van negen gemeenten waarin zij taken laten uitvoeren die zij afzonderlijk moeilijker kunnen realiseren. Denk aan ongediertebestrijding en afvalverwerking.
Voor de Dryport van Emmen en Coevorden werkt men samen met de Rotterdamse en Amsterdamse havens om een containeroverslag te realiseren richting de Duitse en Scandinavische markt. Daarin is dus een wisselwerking tussen bedrijfsleven en overheid.”

Innovatie

“Tegelijkertijd komt ook de burger steeds meer met initiatieven. Denk aan Horst aan de Maas waar deze zich binnen de eigen community actief bezighoudt met de sociaal-economische maatschappelijke infrastructuur. Lingewaard Energie is eveneens een burgerinitiatief, een coöperatie, waarin burgers, ondernemers en overheid samen 20 procent van de particuliere energieopwekking duurzaam en collectief willen produceren tegen een concurrerend tarief.
Het is eveneens een voorbeeld van de wisselwerking tussen technologische en sociale innovatie, twee begrippen die niet los van elkaar zijn te zien. Er is immers een IT-structuur nodig om nieuwe sociale initiatieven te starten. In Almere bestaat nu een zangclub voor oudere mensen die werkt met een videoverbinding via internet voor diegenen die aan huis zijn gebonden. Dergelijke toepassingen zijn ook voor andere situaties denkbaar en kunnen eenzaamheid bestrijden. Het is daarbij belangrijk dat de gemeente goed luistert naar de wensen van de burger en wat er leeft.
In dat opzicht denk ik dat de decentralisaties in het sociaal domein veel kansen bieden. De zorg voor de jeugd bijvoorbeeld was heel lang versnipperd. Met de gemeente die alleen verantwoordelijk wordt voor het hele systeem om een gezin kan er eerder hulp worden geboden als dat nodig is en beter preventief beleid worden gevoerd om problemen te voorkomen. Daarnaast hoop ik dat er meer interactie optreedt tussen hulpverleners zoals huisartsen en wijkteams.”