We bespreken het met Ronald Plasterk, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De beoogde situatie na decentralisatie is duidelijk: mensen die ondersteuning nodig hebben hoeven  daar voortaan nog maar één persoon voor aan te kijken. Die stelt een integraal plan op voor het hele huishouden. Het moet een einde maken aan de praktijk waarbij hulpverleners langs elkaar heen werken bij de ondersteuning van één gezin. Maar dat betekent dus wel een wezenlijk andere manier van werken voor gemeenten. Gemeenten krijgen zoveel mogelijk één budget, met maximale beleidsvrijheid. “Dit scheelt een hoop bureaucratie en onnodige bestuurlijke afstemming”, stelt Plasterk. “Bovendien raken burgers nu vaak de weg kwijt tussen de verschillende overheidsinstanties die hulp en zorg  kunnen bieden. Ook zien we dat mensen, eventueel met hulp van anderen, zelf oplossingen bedenken voor hun zorgvraag, maar dat de overheid daar moeilijk bij aan kan sluiten. Hierdoor gaan goede ideeën van mensen verloren, dat is natuurlijk zonde en daardoor kost zorg soms onnodig veel geld.”

Regeldruk verminderen

De grootste uitdaging voor gemeenten is volgens de minister om écht anders te gaan werken. Er worden niet alleen taken overgedragen, gemeenten moeten meer dan ooit samenwerken met verschillende partijen en elkaar. Gemeenten moeten daarbij burgers de vrijheid geven met eigen ideeën te komen en niet alles dicht regelen. Als voorbeeld noemt Plasterk de gemeente Voorschoten dat een theehuis voor 1 euro overgedragen heeft aan een moeder met drie autistische kinderen. Inmiddels werken daar meerdere jongeren die zo re-integreren. “Soms is het voor gemeenten verstandig regeldruk te verminderen. Uiteraard gaat dat niet vanzelf en ondersteunt mijn ministerie ze daarbij.” De minister wijst ook op de gemeente Horst aan de Maas, dat sinds 2011 de focus bij zorgaanvragen legt op de mens in plaats van de aanvraag. Gemeenteambtenaren kijken niet naar de criteria, maar proberen eerst te achterhalen wat de mensen zelf willen. “Mensen weten ook niet altijd welke mogelijkheden er zijn op het gebied van zorg en ondersteuning”, zegt Plasterk. “Daarom is het goed om als gemeente niet op de eerste hulpvraag een antwoord proberen te vinden, maar juist door te vragen en echt proberen te achterhalen welke behoeftes, op welk terrein dan ook, er bij deze persoon bestaan en zodoende met een meer passende oplossing te komen. Dan kan ook worden gekeken naar de omgeving van de persoon en wat vanuit daar voor ondersteuning mogelijk is.” De aanpak moet er onder andere toe leiden dat een gemeente niet drie verschillende oplossingen naast elkaar voor één persoon biedt, die soms ook kunnen botsen, maar één samenhangende aanpak. En dat werkt echt, benadrukt Plasterk. Bijna veertig procent van de hulpvragen in Horst aan de Maas wordt op een andere manier opgelost, en er zijn minder beroepsprocedures. “Mensen zijn meer tevreden en gemeenten zijn vaak goedkoper uit ook.”

Risico-regelreflex

Voor het Rijk is er ook een uitdaging; de veelbesproken risico-regelreflex. Het mag volgens Plasterk niet zo zijn dat de Tweede Kamer bij elke situatie bij elkaar komt om zaken met centrale regelgeving proberen op te lossen. Dat is nu echt aan de gemeente en het gesprek daarover moet dan ook primair plaats vinden in de gemeenteraad, evenals controle op ontwikkelingen. “Raadsleden staan dicht bij de mensen en ik denk dat signalen van slechte dienstverlening of verkeerde zorg snel bij hen terecht komen. En het college legt natuurlijk verantwoording af aan de gemeenteraad over de uitvoering van hun taken.” Het Rijk houdt wel een vinger aan de pols. Zeker de eerste paar jaar. Daarom is er door Binnenlandse Zaken samen met de VNG een monitor opgebouwd die inzicht geeft in het functioneren van de gemeenten. En er is een transitiecommissie sociaal domein ingericht die gemeenten helpt bij het goed in beeld krijgen van de knelpunten. Gemeenten en Rijk krijgen advies van deze commissie. 

Integraal beleid

De decentralisering is een ambitieuze stap met een krappe planning, maar Plasterk is vol vertrouwen. “Alle gemeenten zijn druk bezig en ik heb al veel goede ontwikkelingen gezien. Iedereen moet hard aan de bak, maar iedereen wil dat ook. Ik spreek heel veel wethouders. En ze zeggen allemaal tegen mij: zeg alsjeblieft in Den Haag dat we doorgaan met dit traject, want we worden horendol als er weer wat verandert en een van de drie decentralisaties bijvoorbeeld later dan 2015 ingaat.” Winst, zowel qua dienstverlening als financieel, is volgens de minister alleen te behalen met een uitvoering over de volle breedte. Daarmee staat of valt het integrale beleid waar de decentralisaties om draaien. “Nu de wetten zijn aangenomen en de budgetten vastgesteld zullen we het komend jaar samen hard moeten werken aan de uitvoering.”